Al snel nadat Verloofde en ik hadden verteld dat we gaan trouwen, kregen
we een sollicitatie binnen. Van nichtje Anniek (9). Zij vroeg dit al
toen we 5 weken verkering hadden, dus echt verbaasd waren we niet. Leuk vinden we het natuurlijk wel.
Ook Daniel (6) leek het wel wat: 'Ik wil ook dat wat Anniek wil.'
'Wat? bruidsmeisje zijn?' 'Neeeeeee!!' 'Bruidsjonker?' 'Jaaaaa!!'
Merijn (8) en Jurre (6) hadden er ook wel oren naar. Dus solliciteerden
ze naar deze speciale functie. Maar mama moest daar wel even iets aan
toevoegen: 'Trouwens, ze willen geen ringen dragen, dat durven ze niet!'
Na de sollicitaties zorgvuldig te hebben beoordeeld, was het gisteravond
zover. Na het vieren van Pakjesavond vroegen Verloofde en ik om een
speciaal moment bij de kinderen. Want iemand vragen voor een speciale
rol hoort op gepaste wijze.
'Jullie weten dat wij gaan trouwen, he?' Unaniem was het antwoord: 'Jaaaa!'
'Nu hebben wij een speciale vraag...'
Vier vragende gezichtjes keken naar ons op. 'Wij vroegen ons af of jullie wel bruidsmeisje en bruidsjonkers willen zijn...'
Blijdschap in de tent.
'YES!' Anniek deed van pure vreugde een dansje. Ook de heren waren
enthousiast, maar Merijn -op z'n hoede- wilde wel even weten wat ze dan
precies moesten doen: 'Want ringen dragen, dat doe ik niet.'
'Strooien met bloemetjes voor de bruid, ik dus, komt en Anniek mag de
ringen dragen.' In de ogen van Anniek zag ik een bekende glans: zo'n
schittering die bijna elk meisje onder de twaalf jaar heeft, zo een van
een momentje puur geluk: 'Oooh... Wauw...'
De jongens waren praktischer. We kregen allebei een stevige handdruk: 'Oke, we doen het.'
Vriendinnetje San gaat regelmatig met mij mee naar de gyn. Het werd dus de hoogste tijd dat ik eens iets terug zou doen. Dus ging ik met haar mee naar de gyn. Al is haar reden duizend keer leuker dan mijn reden om die afdeling een bezoekje te brengen.
San is twintig weken zwanger en we gaan uitgebreid bekijken hoe Baby eruit ziet. Vlak voor we de onderzoekskamer ingaan, fluistert ze me toe: "We hebben besloten dat we willen weten wat het wordt." Glunderend kijk ik haar aan: "Dus ik mag het ook weten!"
Dus daar ligt San. Gel op de buik en we op zoek naar de baby. Langzaam leren we de kleine steeds een beetje beter kennen. Twee beentjes: check. Twee armpjes: check. Ruggengraat: check. Het blijkt stiekem toch altijd een beetje spannend, zo'n controle. Inmiddels komen we steeds dichterbij dat waar we hier eigenlijk voor zijn: moet San blauwe of roze kleertjes gaan kopen? Maar helaas: de baby geeft zich niet helemaal. We mogen veel weten, maar nog niet het geslacht. De verloskundige zoekt en zoekt, maar Baby draait rustig met haar mee. "Ik kan het niet zien," moet de verloskundige erkennen. "Maar er zijn nog wat dingen die ik niet kan zien, dus is het prettig als je over twee weken weer komt." Even later staan we buiten, met fotootjes van Baby. Ik: "Ik weet er niet veel van hè, maar het leek echt op een piemeltje hoor. Dat ene dingetje dat we zagen."
Twee weken later mogen we opnieuw Baby bewonderen. Ook San is nu overtuigd: "Ik heb de fotootjes nog eens even bekeken en ik geloof ook dat het een jongetje is. Het moet wel." Ze pakt het fotootje uit haar tas en samen buigen we over de echo. We knikken en zuchten: "Een kleine man... Hoeraaa..." Samen hebben we het al helemaal uitgedoktert: San krijgt een kleine man. Het kan niet anders. Want dat ene dingetje is toch duidelijk een piemeltje?
Trots lopen we de kamer binnen, we kennen inmiddels de weg. San gaat liggen, gel op de buik en op zoek naar Baby Boy. Na enige tijd zoeken, krijgen we het verlossende antwoord: "Het is een meisje. Overduidelijk." Even is het stil. Die hadden we niet verwacht. Het is maar goed dat we van echo's ontcijferen niet ons werk hebben gemaakt. Daar zit ons talent dus niet in.
Langzaam komt het besef: er zit een klein meisje in de buik van San. Een meisje met twee armpjes, twee beentjes en een ruggengraat. Ik slik en kijk naar San. "Een meisje... wow," fluister ik. Ook San is onder de indruk. Samen staren we gelukkig naar het scherm: een klein meisje. Wat fijn.
Ik knipper mijn tranen weg en zeg dan: "Ik kan niet wachten Baby te ontmoeten. Ik kijk er nu al naar uit!"
Na Hét Aanzoek, kon ik alleen maar knuffelen met en kusjes geven aan mijn
Aanstaande Man. En vol ongeloof kijken naar de ring om mijn vinger. En
mijn tranen inhouden: "Ik wil niet huilen. Ik heb de afgelopen tijd
zoveel gehuild om verdriet en pijn, nu wil ik niet meer huilen. Nu ben
ik gelukkig." Gelukkig hielp de barman me door op dat moment Bruno Mars
op te zetten met 'Marry you'! En ja, het glas champagne hielp ook.
Vriendje (Verloofde) was echter nog niet klaar met alle verrassingen:
"We moeten hier om zes uur weg, want dan is de bar verhuurd ofzo." Ik,
op een roze wolk, vond alles prima: "Dan gaan we wel naar huis!" Ik kon
alleen maar stralen en gelukkig zijn. Toen we thuiskwamen, lagen er
allemaal rozenblaadjes en hartjes op de trappen. Dit keer waren ze dus
wél voor ons.
Eenmaal binnen was het huis één grote roze en rode hysterie. Overal
lagen rozenblaadjes, hartjes en waren er ballonnen. En kaarsjes. Héél
véél kaarsjes. Met open mond liep ik door de woonkamer, tot mijn
kersverse Verloofde me omdraaide en me meenam naar de keuken. De
badkamerdeur werd opengegooid en daar stonden Moon, Martijn, Kamal,
Anne-Marie, San en Yasmin. Ik kon alleen maar gillen. En toen kwamen
alsnog de tranen, terwijl ik probeerde te zeggen: "We gaan trouwen!!"
Het was een gedenkwaardige avond, zoals het hoort. Vandaag hebben we
alle rozenblaadjes en hartjes opgeruimd. Wat overblijft zijn ballonnen,
felicitatiekaartjes, prachtige bloemen én een sollicitatie naar de
vacature van bruidsmeisje. Maar vooral veel plannen en liefde. Heel veel
liefde.
Als klein meisje speelde ik met Barbies. Mijn Barbies trouwden élke dag. Met sluier, prinsessenjurk en een aanzoek. Elke dag weer. Zoals het hoort, bij Barbies en kleine meisjes.
Vriendje: "Liefje, ik moet werken 1 november. Ik kan écht geen vrij krijgen... Balen he?"
Ik: "Jammer, maar kan je niets aan doen. Dan vieren we op 2 november dat we twee jaar verkering hadden 1 november."
Kamal: "Dude! Wat doe je 1-11-11?"
Ik: "Geen idee. Vriendje moet werken. En dat terwijl we twee jaar verkering hebben!"
Kamal: "Dan spreken wij af. Je kan niet alleen zitten die avond. Dan toasten wij wel op jullie jubileum."
1 november 2011 - half zes 's avonds
The Skybar van het Fashion Hotel
Ik loop de bar binnen en verwacht Kamal te zien, maar tot mijn stomme verbazing zit Vriendje daar. Hij loopt op me af en omhelst me. "Wat doe jij nou hier? Je moest toch werken?" Vriendje zegt met een lieve glimlach: "We hebben twee jaar verkering, dat moet toch een beetje speciaal zijn." Trillend knik ik: "Ja, dat vind ik eigenlijk ook wel."
Hij neemt me mee naar een tafeltje, waar een fles champagne in een koeler staat. In mijn glas zit een aardbeitje. Ik tril, bibber en kijk glunderend naar Vriendje, die mij op zijn beurt een beetje nerveus aankijkt: "We zijn al twee jaar bij elkaar en dat gaat hartstikke goed. Ook al is het de afgelopen tijd allemaal erg moeilijk geweest, wij hebben ons er samen heel goed door heen geslagen. Ik denk dat we elkaar wel gevonden hebben..." Ik knik driftig en piep: "Dat vind ik ook wel, ja." Vriendje kucht en zegt: "En daarom wil ik je wat vragen."
Hij staat op van de bank en gaat op z'n knieën. Hij geeft me een ring: "Wil je met me trouwen?"
Ik kan niet anders dan hem om z'n hals vliegen en in z'n oor stamelen: "Ja!"
Vriendje en ik gaan trouwen. Zoals het hoort, bij prinsesjes en hun droomprins.
Corfu, september 2011 - Het is nog vroeg als ik mijn baantjes trek. Elke zalige vakantie-ochtend weer. Er is niets zo rustgevend als een stil Grieks resort om acht uur in de ochtend. Er zijn nog maar weinig mensen op, dus ik heb het zwembad voor mezelf. Ochtendmens zijn heeft zo z'n voordelen.
Dan wordt de weldadige stilte opeens verstoord door een bijzonder vreemd geluid. Geen idee waar het vandaan komt, maar irritant is het wel. Na nog zo'n tien baantjes luisteren naar het geluid, realiseer ik me opeens wat ik hoor. Ik hoor een trompet. Welke idioot gaat er nu om kwart over acht op een trompet spelen? In een hotelkamer!?! Mijn rust is verstoord, ik besluit om Marjolein te gaan halen voor het ontbijt. Ik vergeet de trompet prompt.
Bij het ontbijt hoor ik van Marjolein dat de grote groep Duitsers die we de dag ervoor hun intrek zagen nemen in het hotel, bij elkaar horen. Sterker nog, ze zijn een orkest. Met open mond kijk ik Marjolein aan: "Hallo detective! Hoe weet jij dat nou?" Marjolein haalt haar schouders op: "Ze hebben allemaal hetzelfde t-shirt aan. Daar stond het op." Mijn mond gaat met een klap dicht. Ik kan niet anders zeggen dan: "Daarom hoorde ik vanmorgen een trompet in het zwembad. Oh, daarom zongen ze gisteravond zo mooi in de bar. Ik bedoel, ze waren irritant - begrijp me niet verkeerd. Maar het klonk wel muzikaal." (Geloof me - ik realiseerde me op het moment dat ik het zei al hoe stompzinnig het klonk!) Marjolein weet me nog meer te vertellen: "Dat grietje in de kamer tegenover ons zit ook in het orkest."
De volgende ochtend loopt dat grietje voorbij. In mijn beste Duits zeg ik: "Guten tag!" Ze groet me vriendelijk en loopt snel door. Maar ik zit verlegen om een praatje, dus ik begin een gesprek (dat krijg je als je structureel genegeerd wordt). In het Engels. Tegen een Duitser. Oei.
"Are you going to play?" Het meisje knikt, tot zover heeft ze het begrepen: "Ja, om elf uur," klinkt het in het Duits. Ik zie dat het gesprek weinig zin heeft. Niet alleen is zij in enorme haast (te oordelen aan hoever ze inmiddels bij me vandaan staat), maar ik kan op dat moment ook met geen mogelijkheid op meer Duitse woorden komen dan 'Guten Tag'.
Ik besluit het gesprek af te ronden. In het Engels. "We can't come at eleven. But break a leg!" wens ik haar op joviale wijze toe. Dat had ik beter niet kunnen doen. Het meisje kijkt me aan alsof ik haar dood wens. Of op z'n minst een goede val van de trap met allerlei naars tot gevolg. Ik realiseer me dat ze me niet begrijpt en probeer de Babylonische spraakverwarring uit te leggen, zodat niet overkom als een moordzuchtig blonde furie. Het mag niet baten. Na nog een laatste niet-begrijpende blik draait het meisje zich om en spurt weg.
Op dat moment weet ik het weer. Ik fluister: "Hals- und beinbruch, grietje." Harder dan dat durf ik niet meer.
Lein lacht me hartelijk uit na het horen van dit verhaal
Dit jaar gingen Lein en ik op vakantie naar Corfu. We gaan Ultiem Genieten. Zon, zee en animatieteam. Meer hebben wij immers niet nodig om het naar ons zin te hebben. Na een dag vol zon en zee, lopen we de eerste avond naar het theater van het animatieteam. We zien een prachtige show, met mooie zang en dans. We zijn diep onder de indruk als we teruglopen naar de hotelkamer. We zijn het erover eens: "Zo'n goed animatieteam hebben wij nog nooit gezien. Dit wordt vast héél gaaf. Morgen gaan we er helemaal voor!"
De volgende dag bij het zwembad. Het animatieteam is alles wat ze beloofden te zijn. En zelfs meer dan dat! Helemaal goed. Hunkerend kijken we naar de animators, lachen om hun grapjes en verwachten elk moment dat ze op ons af komen. En met ons een grapje uithalen. "Ja, daar komen ze!" Waarop de animators vervolgens afbuigen naar links. Of rechts, net welke gast leuker is. En dat blijven ze doen. De hele dag. We halen onze schouders op: "We hebben dat stomme animatieteam niet nodig om Ultiem te Genieten. Wij maken het zelf wel leuk!"
We drinken er nog maar één... Hoe mooi we ons ook aankleden: genegeerd worden we
En dat doen we. Onze favoriete sport van de vakantie is, naast zwemmen, 'kijken hoe vaak we per dag genegeerd worden'. Want we gaan overal heen. Elke avond naar de show, drinken een cocktail en leggen een kaartje. En als de animators het publiek in komen, hopen we bijna dat ze ons opzettelijk gaan negeren. Dan kunnen we weer een streepje zetten op onze turflijst. Ze komen regelmatig onze kant op en staan dan op 1 meter afstand bij een andere gast. Stralend lach ik ze toe, er wordt zelfs naar me gekeken. Ik verwacht op z'n minst een groet. Maar de animator draait z'n hoofd en buigt af naar links. Of rechts. Net hoe snel hij weg kan komen. Turf.
We liggen bij het zwembad en iedereen wordt persoonlijk uitgenodigd om mee te doen met een lotto. Ze gaan bij iedereen langs. Ik houd mijn portemonnee vast klaar, want nu kunnen ze vast niet om me heen: het gaat om geld. Het animatie-meisje komt op me af. Voorzichtig glimlach ik, het stralende is er wel een beetje af na vier dagen de kous op de kop krijgen. Ze is bijna bij mijn ligbedje. Ze knikt eens naar me. Ik denk: "Zou het dan?" Ze loopt op me af en buigt vervolgens af naar links. Turf.
De allerlaatste avond, ons turflijstje is inmiddels vol en de lol van structureel genegeerd worden is er ook wel een beetje af. Voor de andere gasten is het tijd voor karaoke. We zitten erbij, drinken een cocktail en leggen een kaartje. Dan, een klein wonder: er komt een animator op ons af! "Bonjour! Do you want to join in karaoke?" Stomverbaasd kijken we naar elkaar en dan naar de animatiejongen. Ons antwoord klinkt beslist: "No thanks. Laat maar." We staan op en lopen weg. Nu is het onze beurt om af te buigen. Turf.
Toen ik een jaar of drie was, werden mijn amandelen geknipt. Een
operatie waar mijn moeder mij goed op heeft voorbereid. Ze las me voor
uit het ziekenhuisboekje: "In de operatiekamer word je op schoot genomen
door de dokter, dan krijg je een kapje op je mond en dan val je in
slaap." Mijn moeder dacht waarschijnlijk: ze kan maar beter goed
beslagen ten ijs komen, zo'n enorme held is ze nu ook weer niet. Mijn moeder kent me goed.
Het was alleen jammer dat de dokter niet meewerkte. Ik werd namelijk
niet op schoot genomen. En dan klopt het niet, wat mij betreft: huilend
ging ik de operatie in. En huilend werd ik weer wakker.
Ondanks dat ik me het niet herinner, kan ik mij voorstellen
dat mijn moeders verhaal een exacte weergave is van de hele
operatie-ervaring. Ik ken mezelf tenslotte ook vrij goed. Dus toen ik afgelopen vrijdag geopereerd moest worden, wist ik dat ik me goed zou moeten
voorbereiden. Maar dan écht goed: dus ook met onverwachte zaken rekening
houden. Ik kon er tenslotte niet vanuit gaan dat mijn gyn - hoe lief
hij ook is - mij van tevoren op schoot zou nemen.
Van iemand op Facebook kreeg ik dé tip: "Denk
aan een grapje iets moois of leuks voor ze je dat kapje geven, dan
word je ook zo wakker. Ik heb 3 dagen thuis gezeten met een big smile
en de wereld was zooooo mooi!" Dit leek me de ultieme oplossing:
dit zou ik wel even gaan 'sjeffen'. Die operatie had ik nu al onder de
knie. Dus afgelopen vrijdag was mijn doel: lachend erin, lachend eruit!
Ik werd de OK opgereden en kreeg direct de lachers op mijn hand: "Ik ben
een beetje hieperdepieper, ik heb geen kalmeer-pilletje gehad van
tevoren. Normaal heb ik altijd versterking bij me, als ik naar de gyn
ga. Ik ben stiekem namelijk een beetje bang voor hem..." knipoogde ik de
aanwezige zusters toe. Het was niet moeilijk om het lachen door te
zetten: ook mijn gyn werkte mee. Ik vertrouwde hem toe dat ik erg blij
was dat hij de operatie zou doen: "Daar zou ik ook maar blij mee zijn,
ja!" zei hij met een ondeugende glimlach. Toen ik mijn gulle lach
lachte, keek hij trots naar zijn zusters: "Zie je: weg zenuwen!"
Toen het tijd was om onder zeil te gaan, kwamen de zusters om me heen
staan. Ze riepen me mooie dromen toe, terwijl ik me vooral concentreerde
op Vriendje, vakantie en zee. Mooier zou mijn narcose niet kunnen
worden. En huilend wakker worden, dat is iets voor driejarigen van wie
de amandelen worden geknipt.
Lachend ging ik onder narcose. Om huilend weer wakker te worden.
Vorige week woensdag ging ik met Vriendje, Moon en haar M. naar een
kaasproeverij. Ik had geen idee wat ik me erbij moest voorstellen, maar
een uitje is altijd welkom. Toen we binnenkwamen, bleek het in een heus
lokaal te zijn. Een proeflokaal. We liepen naar binnen en op slag voelde
ik me weer een heuse scholier. Ik hoorde M. mompelen: "Moeten we nu
echt vooraan zitten?" Ik keek naar de schoolbankjes en alles bleek vol
te zitten. Behalve de twee bankjes vooraan. Op de middelbare school zat ik
nooit vooraan, met opzet. Ik grinnikte en schoof naast Vriendje in het
bankje.
Hij, brave leerling als hij is (en vroeger was?), zat keurig rechtop en was van plan om
goed op te letten. Aangezien ik nooit zo'n brave leerlinge was, besloot
ik dat we van plaats moesten ruilen. Moon moest naast me zitten.
Vriendje schoof naast M. in de bank en Moon kwam giechelend naast me
zitten. We kregen een les in kaas, wijn en port, maar veel ervan ging
aan mij voorbij. Want Moon zat naast me en ik kon niet anders dan
kletsen, met mijn mobiel spelen en proberen om de jongens te plagen. Net
als vroeger. Nou ja - bijna net als vroeger. Want toen was ik niet zo
dapper met jongens.
Toen ik vervolgens moest afkijken bij onze achterburen om te zien waar
we gebleven waren, wist ik het zeker: ik ben terug op de middelbare
school. Ik fluisterde tegen Moon: "Het is maar goed dat wij nooit samen
op school hebben gezeten. Dan was ik nooit geslaagd!"
Ondertussen beging
M. de Fout der Middelbare School-Fouten: hij had zijn mobiel aan laten
staan tijdens de les. Die natuurlijk afging. Ik kon het niet laten:
"Juf! Zijn mobiel ging af. Ik vind dat hij straf moet krijgen!" De Juf
was het met me eens: "Hij mag straks alles afwassen. Anders moet ik het
zelf doen." Tevreden leunde ik achterover, mijn doel was bereikt:
klikspaan, halve maan...
Aan het eind van de les kregen we een diploma. Met een tien en een
griffel van de Juf. Of in mijn geval: een zelfgetekende smiley van de
Juf. Ik had spijt dat ik geen appel voor haar had meegenomen...
Lange tijd deden Danits en ik aan 'ochtendbelletjes'. In het half uur
dat wij allebei onderweg waren naar werk, belden we elkaar. We bespraken
dan werkelijk alles. Van nutteloze informatie tot ijzersterke - en
noodzakelijke - plannen van aanpak om het volwassen leven het hoofd te
kunnen bieden.
Maar, zoals dat gaat met goede tradities, de klad kwam er
in. Niet omdat we de ochtendbelletjes niet meer leuk vonden, maar omdat
ons werk niet meer tegelijk begon. Zonde, want we kletsten elkaar goed
wakker en konden zo op een goede manier de dag beginnen.
Sinds vorige week begint ons werk weer op dezelfde tijd en daarom zijn
de ochtendbelletjes weer in ere hersteld. Vanmorgen was de officiele
opening. Danits belde mij en ik nam enthousiast op: "Hoeraaaa!
Gefeliciteerd!!!" Danits kon niet anders antwoorden dan: "Jaaaaa, hoeraaaaaaa!"
Want haar zoon is vandaag precies 1 jaar geworden. Altijd een mooi
moment om enthousiast in de telefoon te gillen.
Vervolgens vroeg Danits
me waar ik was, waarop ik zei dat ik juist de ring afging. In
onvervalste Danitsja-hysterie kreeg ik antwoord: "NIEEEEEEET!!! IK RIJD
JUIST DE RING OP! WAAR BEN JE, WAAR BEN JE, IK MOET JE ZIEN!" Ons telefoongesprek ging van normaal, enthousiast, volume naar ongekende
hysterie. Terwijl ik rondkeek, gilde ik terug: "Ik kijk al, maar ik zie
je niet. IK ZIE JE NIET!"
Danits begon op haar beurt alle auto's en
vrachtwagens te benoemen die ze voorbij zag scheuren. Die ik natuurlijk
niet zag. Danits: "JIJ MOET NAAR MIJ KIJKEN, WANT JOUW AUTO VALT NIET ZO
OP ALS DE MIJNE!" En daar heeft ze gelijk in: mijn auto is donkergroen.
De hare oranje.
Inmiddels krijsten we naar elkaar dat we elkaar nog stééds niet zagen.
Ik geloof dat we op dat moment beter hadden kunnen ophangen: we konden
elkaar nu ook zonder telefoonlijn verstaan. Want op dat moment reed ik
langs het kantoor van PwC. Ik keek opzij en wat ik niet verwacht had,
gebeurde: ik zag het oranje autootje van Danits op de andere baan
voorbij zoeven. Zelfs zo duidelijk, dat ik zag dat Danits een rood
bloesje aan had. Ik zag dat ze op het puntje van haar stoel zat en
zoekend naar de andere rijbaan (de mijne) keek. Ik ging los:
"JAAAAAAAAAAAAA! IK ZIE JEEEEEEEE! JE HEBT IETS ROODS
AAAAAAAAAAAAAAAAAAAN!!!!"
Van pure piezelier wipten we allebei op onze autostoelen heen en weer.
Wat een mooie manier om de ochtendbelletjes in ere te herstellen. Danits
gaf later wel toe: "Het is maar goed dat ik jou niet zag. Ik denk dat
ik van pure blijdschap tegen de vangrail was aangereden."
Heb je wel eens gehoord van de uitdrukking ‘honden lijken op hun baasjes’? Nou, dit geldt ook voor katten. Tenminste, in het geval van de poezen van mijn vriend en mij. Pip en Bloem zijn heel lief en leuk, maar ze hebben wel elk hun eigen nukjes. Eigenlijk net zoals mijn vriend en ik.
Pip is de avontuurlijke poes. Zij viel al eens van ons balkon, omdat ze het balanceren op de reling niet kan laten. Net zoals mijn vriend: hij ziet ook maar weinig gevaar in een ladder op een balkon op drie hoog achter. Een ladder die heus niet vast gehouden hoeft te worden door een ander voor extra stevigheid. Terwijl hij staat te balanceren, kijk ik met trillende knietjes toe. Ik zou het liefst onder het bed kruipen. Zoals Bloem. Want Bloem is, net als ik, niet zo’n held. Je vindt haar niet terug op de reling. Net zomin als ik op een trap op het balkon ga balanceren. Ben je mal!
Bloem is onze verzamelaar. Al haar kleine en grote schatten legt ze op haar favoriete plekje in de slaapkamer. Regelmatig ben ik iets kwijt en als ik dan even zoek, vind ik het terug onder het bed. Helemaal achteraan. Met Bloem er tussen in. Maar ik kan er niet boos om worden. Ik doe precies hetzelfde: ik bouw mezelf ook altijd helemaal in met mijn eigen schatten.
Maar nu merk ik dat het ‘lijken op’ toch wat bizarre vormen gaat aannemen. Want de poezen nemen mijn pijntjes en kwaaltjes over. Zo brak Pip haar teen. Voor velen een bron van hilariteit, omdat ik ook altijd zere tenen heb. Maar het gaat verder: een paar weken geleden was Pip ziek. De dierenarts wist te vertellen wat er mis was: “Ze heeft blaasontsteking.” Mijn vriend en ik moesten giechelen, want ik had toevallig de week ervoor ook blaasontsteking gehad.
Maar vorige week bleek het ‘lijken op je baasje’ extreme vormen aan te nemen. Bloem was ziek. Samen met mijn vriend ging ik weer naar de dierenarts. Het bleek oorontsteking te zijn. Geschrokken keek ik naar mijn vriend, die ietwat ontzet terugkeek. Ik had de week daarvoor namelijk een dubbele oorontsteking gehad die niet over ging. Ik was daarvoor zo’n keer of drie bij de huisarts op bezoek geweest, omdat de medicijnen niet aansloegen. Op de vraag hoe Bloem eraan kwam, kon de dierenarts kort zijn: “Van haar moeder.”
Hoewel ik begreep dat de dierenarts de biologische poezenmama bedoelde en niet mij, de poezenverzorgster, moest ik toch even iets wegslikken. Hij had geen flauw idee hoe dicht hij bij de waarheid zat. Want ze krijgen inderdaad alles wat hun ‘moeder’ krijgt. Het is maar te hopen dat ik voorlopig pijntjes-en-kwaaltjes-vrij’ blijf, anders vrees ik met grote vrezen voor onze poezen.
Vandaag was ik in de Albert Heijn en zag tot mijn grote blijdschap dat de Coca Cola light in de aanbieding was. Daar moest ik natuurlijk gebruik van maken. Ik besloot twee flessen mee te nemen. Toen ik ging afrekenen, stond er een drugsachtig uitziende dwaas voor me, die wel heel lang deed over het inpakken van zijn boodschappen. En zoveel had hij niet.
Opeens zie ik hem wat aarzelen, om vervolgens een fles CCL onder zijn arm te stoppen. Dan draait hij zich om en loopt weg. Met mijn fles CCL. De brutaliteit! Nog voor ik erover kan nadenken, roep ik hem na: "Hé joh! Die is van mij!" De dwaas draait zich om en maakt een gebaar alsof hij het niet wist. Maak dat de kat wijs: hij had niet eens drinken gekocht. CCL of anderszins. Ik blijf hem aankijken en hij blijft de fles stevig vasthouden. Hij wijst vervolgens naar mijn tweede fles: "En die dan?" Alsof hij daarmee zeggen wil: "je hebt er toch nog één?"
Stomverbaasd kijk ik hem aan: "Ja, die is ook van mij ja!" De dwaas besluit eieren voor zijn geld te kiezen en mij mijn fles CCL terug te geven. Hij loopt weg en ik draai me weer om naar de cassière en zeg tegen haar: "Alsof ik het niet zou merken dat hij mijn fles mee nam!"
Het meisje achter de kassa, die tijdens het hele voorval niets gezegd heeft, is ook nu stil. Ze haalt haar schouders op en glimlacht. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat iemand boodschappen van een ander meeneemt. Geen wonder dat de dwaas vond dat hij ook best recht had op een fles. Eerlijk zullen we alles delen, vraag maar aan de cassière...
De dierenarts steekt zijn hoofd om het hoekje van de deur, ik zie dat hij op zoek is naar mij. Ik zit braaf te wachten op uitslag, daar in de wachtkamer. Hij ziet me en knikt: "Over vijf minuutjes mag je Pip en Bloem ophalen hoor." Ik knik en haal opgelucht adem. Dan kijk ik rond, er zitten nogal wat mensen in de ruimte. Ze zijn allemaal al een poosje aan het wachten. Dat het allemaal wat langer duurt, komt door mij. Of liever gezegd: door de oormijt van mijn poezen.
Bij de nacontrole is namelijk gebleken dat beide poezen last hebben van oormijt. Van Bloem wisten we het al en waren we al druk met medicijnen, maar haar oren waren toch nog niet helemaal schoon. Maar nu hebben we ontdekt dat ook Pip wandelende beestjes in haar oren heeft. Waarop de dierenarts voortvarend besloot om de beide poezels in slaap te brengen en hun oortjes schoon te maken, onder narcose. Voordat ik het wist, stak hij een spuit in de kont van Bloem en werd ze in een 'afwacht-kooi' gezet. Nog voordat ik dit pijnlijke moment verwerkt heb, is ook Pip de klos. "Je mag even wachten in de wachtkamer," roept de dierenarts en ik kan hem wel bijten om zijn vrolijkheid. Die ik wonderlijk genoeg ietwat ongepast vindt. Want ik moet mijn poezen achterlaten.
Dus daar zit ik nu. Te wachten. Op mijn arme poezels. Als de deur van de behandelkamer dicht is, voel ik dat de baasjes van de andere dieren in de wachtkamer naar me kijken. Ik kijk ze aan en glimlach verontschuldigend, bang dat ze me een beetje een muts vinden, omdat ik zo overduidelijk zorgen heb om de poezels. Maar ik zie iets anders in hun ogen: is het medelijden? Ik zeg: "Dit is eigenlijk niets voor mij...", waarop de baasjes om het hardst beginnen te roepen: "Voor niemand niet! Logisch!"
Ik voel opluchting, want ze begrijpen wat ik bedoel. Ik leg uit dat allebei de poezen daar onder narcose liggen en dat het nogal onverwacht was allemaal. En dat ik eigenlijk helemaal geen goede poezenverzorger ben. En dat ik ook eigenlijk helemaal geen kattenmens ben. Maar dat ik het nu toch wel wat lastig vind. En dat ze heus wel heel lief zijn. Begripvol knikken de baasjes me toe. Ze snappen het helemaal en glimlachen geruststellend als ze mijn bezorgde blik zien.
En dan doe ik iets wat ik een paar maanden geleden nooit gedaan zou hebben. Ik praat met de baasjes over hun huisdieren en begrijp wat ze bedoelen. Dat het logisch is dat je je zorgen maakt. Om een huisdier. Omdat ze ziek zijn. Omdat het ook helemaal niet leuk is als je ze naar dokter moet brengen. Omdat ze stiekem toch vriendinnetjes zijn...
En terwijl ik daar zit te praten, realiseer ik me opeens iets: ik ben geheel onverwacht toch een échte poezenvriendin geworden...
Dolblij ben ik met mijn TomTom. Hij brengt me naar plekken waar ik normaal stapels printjes van Routenet of slordig beschreven kladjes voor nodig heb. Het enige punt is dat ik soms niet goed weet hoe ik moet omgaan met TomTom. Want het volume leeft zijn eigen leven en TomTom heeft ook een kleine geslachtscrisis. Bij de ene autorit heb ik een dame die me op rustige manier de route wijst, terwijl ik een andere keer een man heb die niet te verstaan is. Ik ben dan gefixeerd op het scherm omdat ik anders nooit mijn bestemming bereik. Het volumeknopje lijkt op zo'n moment ook nooit te werken. Gelukkig bereikte ik de camping zonder al te veel problemen.
Nadat ik mijn wandeling met rol toiletpapier had gemaakt, was het tijd voor feest. Vriendin E. was namelijk jarig, dus dat moest worden gevierd. In een pannenkoekenhuis in Nieuwkuijk, ongeveer een kwartier rijden vanaf de camping. En dan is zo'n TomTom een echte uitkomst. Terwijl E. haar kinderen in mijn auto installeerde, gaf ik het adres door aan TomTom. Prima geregeld, zou je denken.
Helaas had TomTom last van hormonen, voor zover je daarover kunt spreken bij een navigatiesysteem. Krijsend vertelde mijn hormonale apparaat waar ik heen moest. Stomverbaasd was ik, want dat volume had ik niet ingesteld. "Ga links!!!!" riep ze me toe, "Rechts! Rechts!! Rechts!!! Reeeeeechts!!!!" Met elke aanwijzing die ze gaf, leek het alsof ze harder begon te schreeuwen. Voorzichtig vroeg E. me of ik misschien de heenweg met open ramen had gereden, want: "De TomTom staat wel een beetje hard, vind je niet?" Met de TomTom krijsend om aandacht, was een normaal antwoord niet mogelijk, tot grote hilariteit van E. en mij.
Gelukkig voor ons vond E. al gauw het volumeknopje, dat opeens wel blijkt te werken. Konden we zelf weer krijsen, bijvoorbeeld over de luchtballon die over ons heen zweefde. Wel zo aangenaam.
Het roept veel herinneringen op, de vraag van Marjolein of ik haar en E. een dagje kom vergezellen op de camping. Goede herinneringen. Jaren geleden kampeerden wij elk jaar. Mijn ouders, mijn broers en ik. Later, toen mijn broers Grote Broers waren geworden, ging mijn neef mee op vakantie. Door de uitnodiging zag ik mezelf weer met mijn vakantievriendjes (eerst puur platonisch, later uiteraard Ware Liefde voor de rest van mijn bestaan), tegen de wind in badmintonnen en slapen in een klein tentje in Zuid-Frankrijk. En natuurlijk de zelfgemaakte maaltijden van mijn moeder, hollands met de franse slag: aardappelpuree met haricots verts. Wat vooral niet mocht ontbreken waren de hamburgers. Van Smack. "Want die kon je zo gemakkelijk meenemen in de vouwcaracan." Nog steeds is dit stiekem mijn lievelingseten.
Maar de beste herinnering is toch wel die aan het toiletpapier. De toiletten in Frankrijk lieten hier en daar nog wel eens wat te wensen over. Vooral onderweg. Dan stopten we ergens halverwege, want er moest getankt én geplast worden. Samen met mijn moeder doken we een onwelriekend toiletgebouwtje in en kwamen tot de ontdekking dat ook hier weer van die vréselijke Franse toiletten waren: een gat in de grond met twee voetstappen ernaast. Ik kwam er regelmatig net zo onwelriekend ruikend als het gebouw uit.
De ervaringen onderweg leerden mijn ouders al snel dat als we drie weken op een camping zouden staan, het in elk geval wél een camping moest zijn met een normaal Europees toilet. Wel zo prettig. En dan liepen we daar, over de camping: met een toiletrol onder de arm. En met ons alle andere campinggasten. Zodat je wist: die gaat plassen. Of iets anders. Een beetje genante camping-wandeling. Maar wel één die we allemaal meerdere malen per dag maakten. En dat verbroedert, op zo'n camping.
Herinneringen dus. Over toiletpapier. Gistermorgen stond ik op het punt om weg te gaan, toen ik nog even mijn eigen, fris ruikende, toilet bezocht. Ik zag mijn voorraadje en kon het niet laten: ik stopte een nieuwe rol in mijn tas. Op de camping aangekomen, toverde ik deze tevoorschijn. "Kijk!", riep ik stralend - de toiletrol hoog in de lucht houdend. Direct kwam de desillusie: "Dat hoeft hier niet. Dit is een luxe camping. Ze hebben hun eigen toiletpapier."
Even was ik teleurgesteld, maar ik liet me niet kennen. Tien minuten later liep ik naar het toiletgebouwtje. Mét mijn eigen rol onder de arm. Vrolijk en schaamteloos zwaaiend, zodat iedereen wist wat ik ging doen.
Er staan vele blogs online, in alle vormen en maten. Blogger Anouk
Hempenius, in de online wereld beter bekend als 'Nouk-San', onderscheidt
zich van de 'gemiddelde blogger'. Dit doet ze door steeds nieuwe
mogelijkheden te zoeken om meer te doen met het
bloggen. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen. Zo was zij de
grote kracht achter het Blogger van de Maand-concept op de (niet
meer bestaande) website www.blogaholics.nl. Zij vroeg mij om een gastblog te schrijven op haar website. Dat vond ik zo'n leuk idee dat ik haar om een blog terug heb gevraagd. Vandaar: vandaag een gastblog van de
ondernemende Anouk op prinsesmarlief.nl.
Geef mij maar binnenlucht
Het is niet zo dat ik niet van de buitenlucht houd. Ik vind het heerlijk om buiten te zijn. Maar
alleen als het mij uitkomt. Als de zon schijnt, lees ik boeken op het balkon of ga ik buiten
zitten op school. En als ik op vakantie ben, ben ik vaker buiten dan binnen. Ik bedoel: je wilt
toch wat van de wereld zien. Toch ben ik niet zo’n buitenmens. Ik zit liever binnen, het liefst
lekker in mijn kamer. Geen last van mensen om me heen. Want hoeveel sociale contacten ik
ook heb – vooral online tegenwoordig – en hoewel ik he echt wel leuk vind met vrienden iets
te doen, ben ik het liefst alleen.
Geef mij een goed boek en ik kom de dag wel door. Met schrijven overigens ook wel, hoewel
ik dan al snel een lamme hand krijg. Geef me een laptop en ik vergeet de tijd, want dan
ben ik lekker bezig met schrijven, internetten en (web)designen. Social media is hierin voor
mij ook zeker belangrijk. TweetDeck staat altijd aan voor Twitter en in mijn browser staat
Facebook, mijn mailbox en meestal YouTube open. Zo houd ik nog enigszins contact met de
buitenwereld, zowel mijn vrienden/familie als alle mensen die ik online ken.
Ik geef het meteen toe: het liefst zit ik de hele dag achter de laptop. Natuurlijk alleen als ik
werkelijk iets te doen heb: schrijven van verhalen, bloggen, (web)designen, mail… en ga zo
nog eventjes verder, want online heb ik genoeg activiteiten. Daarnaast kijk ik veel series en
films in de Mediaspeler, dus snel uitgekeken ben ik niet. En als ik klaar ben met laptoppen,
pak ik er een boek bij. Of ik ga aan de studie, want dat moet ook wel eens gebeuren. Als ik
tenminste nog iets leren wil.
Mijn leven is vooral online, hoewel ik ook echt wel in de offline wereld leef. Op familiedagen
sluit ik mij eventjes af van de online wereld, net zoals tijdens het werk (buitenshuis) en als ik
aan het studeren ben – hoewel ik toch regelmatig nog eventjes mijn smartphone pak om de
berichtjes te checken. Zonder internet of social media zou mijn leven er ineens heel anders
uitzien.
Vorige week moesten we met Pip naar de dierenarts vanwege een blaasontsteking. Toen we terugkwamen en Pip uit haar reismand haalden, zag Bloem haar kans schoon. Ook zij wilde deze wel eens van binnen bekijken. Ze heeft er vervolgens uitgebreid in geslapen. Net of ze wilde zeggen: Pip mag wel op avontuur en ik niet?
Ik heb zomaar het vermoeden dat ze het avontuur heeft opgezocht, want afgelopen zaterdag had ze opeens een luchtballon in haar oor. Haar oor hing er zelfs helemaal scheef van. Bezorgde poezenverzorger als ik ben, heb direct de spoedkliniek gebeld: "Dat heeft geen spoed, mevrouw. Het moet nu eerst tot rust komen. U kunt gewoon naar uw eigen dierenarts gaan." Bloem kreeg dus haar avontuur. Gisteravond zijn Vriendje en ik met haar op pad gegaan. Dit keer was Pip jaloers en bekeek de reismand van alle kanten. Op zoek naar een ingang, zodat ze mee kon op avontuur.
Ik denk dat de reismand Bloem uiteindelijk toch tegenviel, want ze heeft heel veel zielige geluidjes gemaakt. Het was wel duidelijk: dit was niet het avontuur waar ze op had gehoopt. En ook bij de dierenarts was het lang zo leuk niet als ze misschien had verwacht: ze blijkt oormijt te hebben. Gelaten onderging Bloem haar lot: gepruts en gefrunnik in haar oren en zoveel zalf dat de oormijt wel verdronken moet zijn.
Wat was Bloem blij toen we weer thuiskwamen, ze vloog direct naar haar schuilplaats. Onder het bed. Pip lag nog steeds te mokken op bed, omdat ze niet mee had gemogen. Maar volgende week krijgen beide poezels wat ze willen: dan mogen ze samen mee op avontuur. Naar de dierenarts. De bofkonten.
Twee weken geleden zou Vriendje even naar de supermarkt. "Neem je cola light mee?" Vriendje bromde instemmend en ik verzuchtte: "Mijn held...". Ik wist toen nog niet dat hij écht een held zou blijken te zijn. En niet alleen één die af en toe een flesje cola light voor mij meeneemt. Na een half uur is hij nog niet terug en ik begin me zo langzamerhand af te vragen wat er zo lang kan duren in de supermarkt. Dan hoor ik de deur en ik kijk op: Vriendje staat in de deuropening. Helemaal rood en bezweet. "Er is een bootje gezonken en ik heb net vier mensen uit het water gehaald."
Ik voel dat mijn mond openvalt en ik weet even niet goed wat ik moet zeggen. Ik sta op en begin achter hem aan te lopen, terwijl hij snel een glas water naar binnen werkt: "Huh, wat?" Meer kan ik op dat niet uitbrengen. Maar het is voldoende. Vriendje steekt van wal: "Ik zag een bootje met vier mensen bij ons onder de brug door varen. Toen ik weer keek zag ik één van de jongens staan. Hij verloor zijn evenwicht. Ik dacht dat het wel goed zou gaan, maar toen zag ik dat het bootje al aan het zinken was. Binnen tien seconden was het bootje weg en lagen ze allemaal in het water! Ik ben naar de kant gerend. Ze konden zelf niet de kant op komen, dus heb ik ze eruit getrokken."
Direct begin ik met het pakken van wat handdoeken en een warm vestje. Want ook al ben ik nog nooit gezonken met een bootje, zo warm was het ook weer niet buiten. En nat is koud, dat weet ik wél. Vriendje fietst met handdoek, deken en vest vooruit en ik volg hem te voet. De mensen zijn behoorlijk geschrokken en staren naar het water. Van de boot is geen spoor meer, maar af en toe komt er een plastic zak bovendrijven. Of een fles. Op een gegeven moment zien we zelfs, tot grote hilariteit van de 'drenkelingen' zelf, een zak chips voorbij komen.
Na een tijdje komt de brandweer. Zij duiken keurig de jasjes, schoenen en telefoons op. Maar held van de dag is volgens de geredde mensen toch wel Vriendje. En stiekem ben ik reuze trots op hem. 's Avonds in bed geef ik hem een extra knuffel: "Je bent echt een held, weet je dat?" Vriendje haalt zijn schouders op en bromt: "Dat valt wel mee. Dat is toch normaal, dat je mensen helpt..."
Dat dat helaas niet altijd zo werkt, bleek ook tijdens deze heldendaad. Er waren veel mensen die het zagen. De enige die tot actie overging, was Vriendje. En wat mij betreft ben je dan wél een échte Held.
Vanaf de eerste aflevering van de Gilmore Girls was ik fan. Ik kon me helemaal vinden in de humor en de bizarre uitspraken van hoofdrolspeelster Lorelai. Misschien komt het ook wel omdat ik ook vaak een flapuit ben. Daarnaast zag ik ook overeenkomsten met mijn moeder en mij. Ook wij kunnen urenlang kletsen over niets en waren noodgedwongen op elkaar aangewezen. En de filmmarathons zijn ons ook niet onbekend. Mijn moeder kijkt niet vaak televisie, behalve als ik kom. Dan belt ze me van tevoren op: "Welke serietjes gaan we kijken?" En dan zitten wij urenlang voor de tv. Met Happy Days, Beverly Hills 90210 en natuurlijk alle series van Gilmore Girls. Ik werd dan ook reuze blij toen ik hoorde dat ik Melissa McCarthy mocht interviewen. Blij smste ik mijn moeder: "Ik mag Sookie interviewen!!!!"
De dag kwam dat ik Melissa mocht ontmoeten. Het zou een groepsinterview worden (met zo'n zes andere sollicitanten) en mede-actrice uit 'Bridesmaids': Kristin Wiig. Dat kon me eerlijk gezegd niet schelen. Ik zat alleen maar met Sookie in mijn hoofd. En dat ze eigenlijk Melissa McCarthy heet maakte mij ook niets uit. Want Sookie is Sookie. In mijn hoofd tenminste.
Nu heb ik al veel hele beroemde mensen mogen interviewen en altijd is er sprake van een gezonde spanning. Maar ik heb nooit last van pure zenuwen. De enige keer dat me dat gebeurde was bij Gloria Estefan. Toen kon ik niets anders uitbrengen dan: "Oh, that's nice... oh, that's nice...". Terwijl ik me normaal goed kan redden in het Engels. En nu voelde ik dezelfde zenuwen. Ik zat in het Amstel Hotel te wachten tot ik naar binnen mocht. Opeens hoorde ik mensen praten en lachen. Ik keek op en zag Sookie en haar gevolg. Op slag voelde ik allerlei dingen borrelen in mijn buik en de vlekken in mijn nek komen.
Terwijl ik met moeite mijn mond kon dichthouden, liep Sookie me voorbij. Ze keek naar me en glimlachte naar me. Blij grijnsde ik terug. Toen ze voorbij was, kon ik niet anders dan direct mijn telefoon pakken om mijn achterban te smsen. "Sookie glimlachte naar me!!!!!! Naar mij!!!! Woehoeeee!"
Door de glimlach waren de zenuwen weg en kon ik me weer bezighouden met waar ik ervoor was: werk. Na het interview liep ik het Amstel Hotel uit met een brede grijns op mijn gezicht en belde hysterisch blij met San: "Ja, Kristin Wiig is ook leuk. Maar ik heb Sookie ontmoet. SOOKIE!"
Vriendje heeft vakantie en dus togen we gezamenlijk naar Kollum, voor een ouderwets kroegavondje. Het was een bijzonder geslaagde avond, compleet met dansjes en gebroken glas. Op mijn teen, welteverstaan. Ik haalde mijn schouders op en huppelde vrolijk verder. Tenslotte doen mijn tenen zo vaak zeer, dat ik me daar niet meer druk om kan maken.
Ik haakte in bij een ander en we hosten gebroederlijk voort. Totdat iemand op mijn teen stond. En toen voelde ik het knarsen. AU! Dat deed toch wel even heel erg zeer. Nou ja - even? Het bleef zeer doen. Ik liep naar het toilet om de schade te bekijken. En gelukkig maar, want een bloedende teen is gewoon niet zo fris. Pleister geregeld en een wijntje gedronken, want de avond was tenslotte nog niet voorbij. De pijn zou wel overgaan.
Maar de pijn ging niet voorbij, maar het nachtje weg was belangrijker. Negeren, negeren, negeren. Want zoals ik al zei: mijn tenen doen zo vaak pijn, dat ik me daar echt niet meer zo druk om kan maken.
Maandag kwamen we thuis in een ondergeplast huis. Op zich niet zo bijzonder, we hadden het stiekem al verwacht. Pip heeft namelijk de bijzonder vervelende gewoonte om overal een plasje te doen. Ze wil graag laten weten dat ze de baas in huis is. Wij zijn daar iets minder blij mee: wij zijn tenslotte de baas. Maar dit keer was er wel iets anders. Het viel me namelijk op dat haar urine wat rood was. Maar aangezien ik geen kattenverstand heb en Vriendje zei dat het niet zo was, heb ik er verder niet over nagedacht.
Tot vanmorgen. Vriendje komt de kamer binnen: "Haar urine wordt roder en de plasjes worden steeds kleiner. Daarnaast plast ze nu veel vaker overal in huis." Ik schrok. Want ook al heb ik geen kattenverstand: rode urine is nooit goed. "Heeft ze misschien blaasontsteking?", piepte ik bezorgd met grote, verdrietige ogen. Vriendje, écht de stoere man in huis, deed alsof hij niet zo bezorgd was: "Ach, welnee. Maar laten we toch maar even de dierenarts bellen." Twintig minuten later gingen twee toch wat bezorgde poezenverzorgers naar de dierenarts, waar de conclusie snel werd getrokken: "Ja, dat is een fikse blaasontsteking." Zestig euro lichter en tien antibiotica-pillen rijker, gingen we weer naar huis met een zielig, klein en ziek poesje.
Ondertussen was het negeren voorbij. De teen bleef zeer doen en deed zelfs nog een beetje extra zeer vandaag. Ik belde de huisarts en legde mijn klacht uit: "Wat denkt u? Moet ik een vrouw zijn en de pijn verdragen of wilt u het toch even zien?" Ook de huisarts werd blij van een bezoekje van Vriendje en mij, dus gingen we weer op pad. Dit keer zonder Pip. Ook hier kwam de conclusie snel: "De teen kan zeker gebroken zijn. En anders is hij zwaar gekneusd. Maar in beide gevallen is de behandeling hetzelfde: pijnstillers slikken en niet teveel belasten. Het kan nog wel een paar weken zeer doen."
Een dagje ziekenboeg maakt een vakantie wel weer avontuurlijk. Toch, Vriendje?
Een uitgebreide zomervakantie zit er deze zomer even niet in, maar een romantisch nachtje weg leek Vriendje en mij een uitstekend idee. Eindelijk even samen weg. We zochten kwamen uit bij een site die ons naar Westerbork wilde hebben. Niet direct een plaats waarbij je aan zoete romantiek en rode hartjes denkt. Maar Vriendje en ik zijn niet vies van een kleine uitdaging en boekten! Afgelopen zondag was het zover. We vielen met onze neus in de boter: een prachtig hotel en Westerbork in feestelijke sferen vanwege een zomer-event. Zelfs de zoete romantiek en rode hartjes kwamen, dankzij het hotel, in de vorm van mierzoete aardbeienwijn en bonbons.
De volgende dag was onze mini-vakantie alweer voorbij, maar wij besloten om ons uitje nog even te rekken. We zouden naar Voormalig Kamp Westerbork gaan, ondanks dat daar absoluut geen romantiek te vinden is. Zwaar onder de indruk van alles wat we zagen, liepen we door het museum: "Ongelooflijk dat dit prachtige dorp zo'n zwarte bladzijde in z'n geschiedenis heeft." Om ons bezoek compleet te maken, reden we met een bus naar het daadwerkelijke kamp.
We werden in de bus matig hartelijk ontvangen door één van de chauffeurs. Hij wilde me denk ik laten blijven in het kamp, want hij wilde me wel erg graag een enkeltje verkopen. Toch besloten Vriendje en ik voor het retourtje te gaan. Ik rekende vier euro af en deed de portemonnee in de tas.
Bij het terrein aangekomen, bleek er weinig meer te zijn. Ik durf zelfs te zeggen; niets. En toen vervolgens bleek dat de gids een veel te zachte stem had, kregen we het gevoel dat we voor niets aan het natregenen waren. Na zo'n twintig minuten kleumen, keken we elkaar aan en wisten genoeg: tijd om terug te gaan. We zouden niet nog veertig minuten langer blijven, ondanks de ongetwijfeld boeiende woorden van onze dappere gids. Maar die verstonden we toch niet.
Terwijl we terugreden, merkte ik dat de man die schuin voor me zat me wel heel erg aandachtig opnam. Een beetje mannelijke aandacht kan nooit kwaad, maar dit was gewoon staren. Ik keek hem aan en alsof hij op een soortgelijke uitnodiging zat te wachten, begon hij direct tegen me te praten: "Ik dacht al dat ik een bekend gezicht zag!" Nu kende ik de beste man in het geheel niet en wilde hem vriendelijk van dat feit op de hoogte stellen, totdat ik iets bekends zag. In zijn hand hield hij een rijbewijs. En laat ik nou mijn eigen plukje haar op dat rijbewijs herkennen! Vervolgens zag ik mijn portemonnee in zijn andere hand en ik kreeg toen zomaar het vermoeden dat ik mijn portemonnee helemaal niet in mijn tas had gedaan op de heenweg...
Stralend, en toch wel beschaamd, riep ik: "Dank u wel, dank u wel!". En terwijl Vriendje hoofdschuddend toe keek, nam ik dankbaar mijn portemonnee in ontvangst. De portemonnee waarvan ik niet eens wist dat ik 'm kwijt was...
Als ik rook, haal ik mijn sigaretten meestal bij de coffee shop tegenover mijn huis. Ze herkennen me inmiddels, maar dat komt met name omdat ik alleen voor de sigaretten kom en niet voor de andere geneugten des levens. En waarschijnlijk ook omdat ik tijdens de ramadan de marokkaanse medewerkers een vrolijk 'Mabrouk Ramadan' wens. Ik heb namelijk les van San en haar Marokkaanse man. Nu niet direct denken dat ik vloeiend Marokkaans spreek; naast 'een vrolijke Ramadan', weet ik 'hallo', 'hoe gaat het?' en 'eet smakelijk'. Maar daar scoor ik toch al punten mee.
Inmiddels is de coffee shop tegenover ons huis. Dus toen Vriendje in Amsterdam kwam wonen, heb ik hem keurig voorgesteld aan de sigaretten-Vrienden. Dat hoorde tenslotte bij zijn inburgeringscursus. De volgende les in deze cursus was alleen sigaretten halen (dat lukte!) en daarna kwam de Ultieme Les: met onze sigaretten-Vrienden Marokkaans praten.
Toen het zijn beurt was om sigaretten te halen, gaf ik hem een snelle les:
Hallo = salamawaleikom
hoe gaat het = lebes
dank je wel = sucran
Vriendje kwam terug. Missie geslaagd: de sigaretten waren binnen én hij had Marokkaans gesproken. Tot grote vreugde van de sigaretten-Vriend: "Jij spreekt beter Marokkaans dan buurvrouw!"
Ik woon sinds vier maanden samen en ik geniet nog elke dag van het feit dat er nu een échte man in mijn roze prinsessenkasteeltje rondloopt. Want dat is hij, een échte man. En ik woon in een écht meisjeshuis. Met veel roze en glitters. Toen wij verheugd ons samenwoon-nieuws aankondigden was de reactie van vrijwel iedereen: "Dan wordt er zeker snel geschilderd thuis?"
Ik vond het namelijk noodzakelijk om mezelf voor mijn dertigste verjaardag (nu twee jaar geleden) een roze muur te geven. Met glitters. In de slaapkamer. En nog steeds word ik elke ochtend wakker met glinsterende blijdschap. En ik heb nooit een ochtendhumeur. Ik zeg niet dat het persé door die muur komt, maar het helpt vast wel. Maar ik wist: 'als ik samenwoon, gaat de muur weg.' Nu, vier maanden later, is de muur nog steeds roze. Met glitters. Want mijn échte man houdt van roze: "Ik vind het gewoon een mooie kleur." Mijn hart sprong op bij dit bericht: "Hij houdt van roze! Hoera!" Mijn muur mag dus nog even blijven.
Wanneer ik mijn blijde nieuws met de omgeving deel, gelooft niemand me: "Ja ja, hij mag 'm zeker niet schilderen van jou?". Ik sputter dan wat tegen, maar ik kan ze niet overtuigen van de favoriete kleur van mijn échte man. Want roze is voor kleine meisjes. Niet voor een samenwonend stel van dertig plus. En het ongeloof gaat nog een stapje verder: "Je dringt hem ook al jouw Pip Studio servies op!" En dan sputter ik nog harder: "Dat is al helemaal niet waar!" Het klopt dat ik een voorliefde heb voor het meest hysterische servies dat er op de Nederlandse markt te vinden is. En het klopt ook dat ik bijna het hele servies compleet heb. Maar dat komt volledig door mijn échte vent. Die zag namelijk elke feestelijke gelegenheid als een kans om onze uitzet uit te breiden met het met bloemetjes, kleurtjes en gouden randjes bedekte servies. "Is mooi, voor als we samenwonen."
Wanneer ik dit vertel, wordt er steevast een wenkbrauw opgetrokken, licht maar veelbetekenend gekucht en gaan mensen over op een ander onderwerp. Ik zou durven zweren dat ik ze hardop hoor denken: "Tuurlijk. Laat ons roze prinsesje maar in die waan." Ons huis is inmiddels wel aan verandering onderhevig: het toilet is niet meer roze, maar blauw. De badkamer is geen walhalla meer van roze glinsterende badschuim, maar een degelijk samenwoon-oord. Want zelfs mijn échte man trekt ergens de grens. Maar voor Pip Studio en de roze glinsterende muur maakt hij graag een uitzondering.
Ik ben een paar dagen weggeweest en Vriendje was alleen. Niet heel erg, want hij was toch alleen maar aan het werk. En ach, een man vind het ook wel eens fijn om alleen te zijn, nietwaar? Toch voelde ik me een beetje schuldig en had lekkere dingetjes voor hem achtergelaten. Chips, nootjes en wat biertjes koud gelegd. Voor de eenzame avonden... Voor de eenzame ochtenden had ik lekker brood gehaald. Zo wist ik in elk geval dat hij niet zou verhongeren.
Toen ik weer thuiskwam, wilde ik een ontbijtje voor mezelf maken. "Zal ik een tosti maken?" vroeg ik mezelf hardop af. Vriendje kijkt me aan en zegt: "Oja, dat heb ik gedaan...". Blij en vertederd kijk ik hem aan: "Heb je lekker een tosti voor jezelf gemaakt?" Waarop hij antwoordt: "Eh ja... En toen heb ik het apparaat stuk gemaakt."
Huh?!?!?
"Nou, alleen maar het klepje! Het tosti-apparaat doet het gewoon nog wel hoor!" roept hij verdedigend. Op mijn vraag hoe dat dan is gebeurd, zegt hij een beetje beteuterd: "Dat weet ik dus ook niet. Ik maak gewoon soms dingen stuk. Vraag m'n moeder maar..."
Toen ik vertelde dat ik een blog wilde schrijven over sokken, reageerde
mijn anders zo gemoedelijke Vriendje met een duidelijke NEE. Zijn exacte
woorden waren zelfs: "Dat jij zo slecht bent met sokken, ik ben
absoluut niet zo."
Dat klopt. Hij heeft sokken die over het algemeen bij elkaar passen. Hij
vond altijd wel sokken die bij elkaar hoorden, ook al had hij ze niet
keurig in een sokkenbolletje opgerold.
Ik zei 'vond' en dat klopt ook. En dat is mijn schuld. Ik ben dol op
sokken. Echt. Het zal geen verrassing voor je zijn als ik zeg dat ze mij
niet kleurig en hysterisch genoeg kunnen zijn. Maar mijn probleem is
dat ik een Sokkenmonster in mijn wasmachine heb wonen. Zelfs al ruim ik
mijn sokkenla op, dan nog kan ik niet alle sokken tot een keurig sokkenbolletje
oprollen.
Na jaren proberen, heb ik de moed maar opgegeven. Tegenwoordig is het
zelfs mijn huismerk: Marlies heeft nooit dezelfde sokken aan. Ik maak me
er niet druk om en de mensen om me heen vinden het juist wel grappig.
Toen ik ging samenwonen, wilde ik voorkomen dat Vriendje ook ruzie met
het Sokkenmonster zou krijgen. Dus kocht ik tien paar zwarte sokken voor
hem, die keurig in een sokkenbolletje op gebruik lagen te wachten.
Het ging goed. Totdat ik het Sokkenmonster even vergat. En nu moet
Vriendje vaak zoeken naar bij elkaar passende sokken. Dit weekend waren
we weg en ik had een greep gedaan in zijn sokkenla en genoeg sokken
ingepakt. Klaar, dacht ik.
Niets bleek bij elkaar te passen, behalve zijn sokken met de Friese
vlag. Die waren dan ook keurig opgerold in een sokkenbolletje. Verder
was er volgens Vriendje niets identiek: "Dat jij nooit dezelfde sokken
draagt is prima, maar ik doe daar niet aan mee! Ik was geshockt," riep
hij me toe.
Ik voelde me schuldig, maar kon het niet laten om een weerwoord te geven: "Nee lief, je was gesokt..."
Smsen met de iPhone is geen sinecure. Of je nu een 3 of een 4 hebt, maakt eigenlijk niet uit. San vertelde mij kort geleden fijntjes het volgende: "Vroeger smste je nooit met spel-en tikfouten. Tegenwoordig veel meer..."
Ah. Mmm.
Maar gelukkig leven we in een smartphone-samenleving en zijn er velen met hetzelfde probleem. Mijn moeder, ook de trotse bezitter van een iPhone 4, stuurt steevast 'plok' als ze oké bedoelt.
De eerste paar keer begreep ik het niet, maar na zo'n tien (ja, echt) smsjes met 'plok' viel het kwartje. Ik eindig nu ook mijn smsjes aan haar met 'Kus. Plok.' Mijn moeder ziet er de humor ook wel van in en antwoordt braaf: 'Plok. Kus.'
Maar de iPhone-fout die echt de boeken gaat, is die van Danielle. Ik stuurde haar een enthousiaste sms over mijn lieve Vriendje die me zomaar een roos gaf: 'Stadse romantiek'. Zij stuurt me enthousiast het volgende smsje terug: "Wat een liefde en romance! Ik wil ook een roos! Ik wil ook een dom, arisch vriendje!'
Een dom, arisch vriendje. Ik grinnik. Lees het een paar dagen nog eens en grinnik weer.
Maar ik moet het toch vragen: "Vind jij mijn vriendje een dom, arisch vriendje?' Ik krijg direct een sms terug: 'Nee?! Bij mij komen de woorden lief, zorgzaam en sociaal naar boven. Wie zegt dat dan?'
Eh... jij?
Ook Danielle grinnikt. Wat heet: ze komt niet meer bij. Inmiddels lig ik ook bijna op de grond van het lachen. Ze smst me: 'HAHAHAHA! Wtf! Dat moest romantisch zijn! Stomme autocorrect...'
Heerlijk. Contact via de iPhone. Gelukkig ken ik Danielle al langer dan vandaag en weet ik dat zij Vriendje heel lief vindt.
De dagen voor een feestje zijn altijd wat 'stressy'. Voor mij tenminste, want ik plan altijd alles tegelijk. Sollicitatie, oppassen, vrijwilligerswerk en oja: het huis moet nog schoon, versierd en opgeruimd.
Inmiddels is het de dag voor Het Feestje en deze begon met was opvouwen, was ophangen, vaatwasser uit-en inruimen en eieren koken voor mijn zelfgemaakte eiersalade. Ik heb dan wel een kok als vriendje, ik kan ook kunstjes.
Dan opeens gaat de deurbel. Ik open de deur en loop de trap af. Ik hoor een man roepen: "Bloemen voor Vriendje en Marlies!" Mijn wereld werd opeens een stuk zonniger: bloemen! Voor mij! Ik bedoel: voor ons!
Enthousiast joel ik naar de bloemenbezorger: "Wat leuk! Ik verwacht nooit bloemen op zaterdagochtend!" De bloemenbezorger is wel wat gewend, want hij zegt niet: 'In tegenstelling tot al die andere momenten dat je wél bloemen verwacht?'. Hij zegt: "En het is nog een leuk boeketje ook...".
Hij heeft gelijk. Het is een prachtig boeket. De kamer wordt er opeens een stuk gezelliger (en romantischer) door. Heerlijk, zoveel liefde op zaterdagochtend. Bedankt lieve gevers!
Na enige weken wennen, is
Bloem helemaal thuis bij mij. Ja, bij mij: Vriendje is nog te spannend.
Maar Bloem is dol op mij en wil niets liever dan de hele dag om mij
heen zijn. Ik verdenk haar er stiekem van verliefd op mij te zijn. Ze
wil voortdurend met me knuffelen, stopt daar eigenlijk alleen mee
wanneer ze gaat eten. Maar is dat op, dan komt ze gauw weer terug.
Ze
plakt zichzelf tegen mijn benen, billen of armen aan -net wat het
dichtste bij is- en verlaat haar plek alleen als het écht moet. En dat
is meestal als ik naar het toilet ga. En dus volgt ze me zelfs het
toilet in. Of de keuken. Of de badkamer. Of het balkon (terwijl ze daar
eigenlijk liever niet komt, omdat ze een mietje is).
Ook als ik in bad lig, komt ze om de haverklap kijken of ik er nog
steeds wel ben en niet opeens verpulverd ben tot niets. Of ze ligt
rustig drie kwartier op het badmeubel, te kijken naar me terwijl ik daar
lig. Als ik haar niet snel genoeg aai, piept ze en drukt haar nattige
snuitje tegen mijn lijf of tikt met haar pootje ongeduldig op mijn
schouder. Als
ik naar bed ga, volgt ze me naar de slaapkamer en gaat niet meer naar
de woonkamer. Ook al zijn Pip en Vriendje daar aan het spelen.
In eerste instantie had ik haar adoratie voor mij niet zo door. Maar
toen merkte ik dat ze het alleen bij mij doet en bij elk ander mens
achter het bed wegkruipt. Vriendje krijgt héél soms liefde van Bloem:
als hij onder de dekens op bed ligt. Hij is dan ongevaarlijk en niet zo
angstaanjagend als anders. Het toppunt van liefde is wanneer ik wakker
word. Mijn ogen hoeven er nog niet eens voor geopend te zijn, maar zij
voelt dat ik wakker ben. Ze rent op me af en springt op het bed onder
luid gemiauw, dat klinkt als: 'Hoeraaaa, hoeraaaaa, hoeraaaa! Ze is
wakker!' Zelfs Vriendje valt het op. Ik moet dan direct beginnen met
aaien, want dat heb ik tenslotte de hele nacht niet gedaan.
Sinds een week heb ik een liedje in mijn hoofd als ik haar weer per
ongeluk een schop geef omdat ze blijkbaar tegen mijn voeten aan ligt:
'Ik wil alleen bij jou zijn...'. Mijn moeder zong dat voor mij vroeger,
omdat ik ook niet van haar zijde wilde wijken. Vandaag zocht ik het
liedje op, om er naar te kunnen linken in mijn blog. De bandnaam blijkt
briljant.
Ze heeft stiekem ook mijn hart gestolen, die schattige Bloem... of zal ik maar gewoon zeggen: Bloempot?
Prinses Marlief is geen echte prinses, maar een jonge vrouw uit
Amsterdam. Ze worstelt met deuren, trappen en vooral zichzelf. Of ze nu
naar een braderie gaat, Ronan Keating ontmoet of een kop thee drinkt:
alles gaat met vallen en opstaan. Maar met een flinke dosis zelfspot en
humor komt ze haar dagen wel door. Af en toe bont en blauw, maar vooral
heel erg roze.
Vanmiddag had ik mazzel: ik had het buitenbad helemaal voor mezelf. Wat een luxe! Rustig zwom ik mijn baantjes, onder toeziend oog van de badmeester. Na een minuut of twintig zag ik opeens dat ik niet meer alleen in het water lag. Ik zag een soort van tor/kever/prikkebeest, oftewel: een insect.
Ik keek er even na en rilde. Ik ben niet zo goed met insecten, ook al zijn ze maar een centimeter groot. Ik wilde wegzwemmen, maar vond het toch te zielig. Ik zwom er naartoe en probeerde een kommetje te maken van mijn handen, zodat ik het insectenbeest op de rand kon leggen. Maar het kwam me allemaal toch iets te dichtbij en ik draaide me om. 'Verdrink maar!', dacht ik hardvochtig.
Na vier slagen kreeg ik spijt. Want als ik aan het verdrinken was, zou ik het ook prettig vinden dat iemand me kwam redden. Ik draaide me om en zwom terug. Ik probeerde opnieuw een kommetje te maken, maar het bad was dieper dan ik lang ben en ik kreeg het niet echt voor elkaar. Door mijn truttige gespartel raakte de tor/kever/prikkebeest helemaal onder water en ik zag hem spartelen. Ik voelde me schuldig: over van de wal in de sloot helpen gesproken. Hij zou nu vast écht verdrinken.
Maar het beest toonde veerkracht en kwam weer bovendrijven. Ik besloot dat als hij zo'n held was, ik dat ook kon zijn. Ik overwon mijn insectenangst en kreeg het insectenbeest keurig op de kant. Op z'n rug.
Ik keek naar het spartelende beestje en wist dat het nu moest gebeuren: helpen met omdraaien. Maar om dat voor elkaar te krijgen, moest ik wel het beestje aanraken. Ik haalde diep adem en tikte hem aan. Gezamelijk probeerden wij de wereld weer op poten te krijgen. Voor het insectenbeest, welteverstaan. Ik poedelde nog steeds dapper in het water.
Maar het beestje was blijkbaar erg moe van al zijn avonturen, want het lukte hem niet om zich om te draaien. Zelfs niet met mijn hulp. "Kom op, eng beest!" riep ik hem bemoedigend toe, terwijl ik me realiseerde dat het allemaal wel wat raar moest overkomen voor de badmeester: zo'n eenzaam roepend grietje in een zwembad.
Toen, het was een klein insectenwonder, draaide het beest zich om. Hij stapte een paar keer heen en weer, schudde wat met zijn vleugels en rilde nog eens. Hij draaide zich om en keek naar me. Alsof hij me wil bedanken. Maar ik wist wel dat dat alleen maar in mijn hoofd zo was. Toch was ik trots op mezelf. Want ik laat niemand verdrinken, zelfs niet als je een eng beest bent.
Dankzij lief vriendinnetje Danielle ben ik zomaar genomineerd voor 'Blog van de maand Juni' op blogaholics.nl. Ik wil natuurlijk heel graag winnen en hoop dat ik daarbij van jullie een beetje hulp krijg!
Dankzij lief vriendinnetje Danielle ben ik zomaar genomineerd voor 'Blog van de maand Juni' op blogaholics.nl. Ik wil natuurlijk heel graag winnen en hoop dat ik daarbij van jullie een beetje hulp krijg!
Miek en ik gingen onszelf
weer even laten zien op het Leidse Plein. Om de wedstrijd Ajax-Twente te kijken. Ik werd uitgelachen door Vriendje:
"Nepfan, je hebt niet eens iets van Ajax om aan te trekken!" Ik schaamde
me diep, maar verfde dapper mijn nagels rood. Had ik toch iets.
Op het Leidse Plein
stonden we al gauw temidden van vele mannen met bier. Heel Veel Blikjes
Bier. Toen het eerste doelpunt viel, ging het dak eraf en kwam het bier
uit de blikjes. Binnen no time waren Miek en ik nat van al het bier en
konden we ons met moeite staande houden in al het voetbalgeweld.
We besloten dat we hier
teveel meisjes en te weinig hooligans voor waren en probeerden een rustiger plekje te vinden. Al snel vonden we een goede
plek, met gezellige heren. Nog steeds stroomde het bier alsof het regen
was, maar het gedrang bleef achterwege. We waren tevreden.
Dus haalden wij ook een
biertje (halve liter "maar") en besloten we dat we ons ook als echte supporters
konden gedragen. Mijn vriendelijke verzoek of één van de jongens
een liedje wilde inzetten (dat durfden we dan zelf weer niet), werd
direct ingewilligd. En dus brulden wij vrolijk over hoeren en moeders
met lullen. Liedjes die we niet dagelijks zingen. Met bier in ons haar
en lelijke woorden in de mond, waanden wij ons voor heel even echte
hooligans.
We durfden zelfs nog een stapje verder te gaan. Bij het derde doelpunt
zag ik Miek heel enthousiast haar restje bier over mensen heen gooien en
ik besloot haar - enorm goede - voorbeeld te volgen. Want wat is er nou
leuker dan met bier gooien?
Stralend, maar ondeugend, vierden we feest. Bijna als echte Ajax-hooligans.
Elk jaar is er een braderie bij mij in de buurt. En, heikneuter als ik
ben, vind dat soort burgelijke zaken te gek. Daarnaast komt mijn zwaar
gestoorde aard altijd naar boven tijdens dit soort gelegenheden, zeker
als ik met Sandra de hort op ga. Zij versterkt mijn bizarre gedrag,
omdat ik weet dat zij me grappig vindt. Zij is de rustigste van ons twee
en laat het dwaze gedrag over aan mij. Eigenlijk weten we het bij
voorbaat al: wanneer wij samen op pad gaan, dan gaat er geheid iets
anders dan anders. En deze keer ging het ook écht anders dan anders.
We lopen vrolijk in het zonnetje over de braderie, wanneer er een
politie-agent op ons af komt. San roept vrolijk tegen de man:
"Halloooooo!" Stomverbaasd kijk ik naar haar. Dit soort acties ben ik
van mezelf gewend. Niet van haar. "Kende jij die politie-agent, of vond
je hem er gewoon erg aardig uitzien?" Inmiddels is de man in kwestie ook
stil blijven staan, want ook hij is even in de war. San joelt naar hem:
"Nee hoor, ik ken u niet. Maar ik dacht bij mezelf dat ik het zo fijn
voor u vind dat u mag werken in het zonnetje. Dus vandaar!"
Mijn mond valt open. Ik kan van pure verbazing niets meer uitbrengen. Ze gaat nu echt te lang met mij om, als ze mijn gedrag overneemt.
De agent wel: "Nou, dank je wel!" en vrolijk loopt hij door. En wij ook.
Later komen we hem weer tegen. Inmiddels is het zonnetje verdwenen
achter de wolken. De agent herkent ons en wijst naar de lucht: "De zon
is weg. Ik ga maar naar huis...". Fijn, een agent met humor. Wij moeten
er hard om lachen.
Maar toch ben ik door het hele gebeuren zo van slag, dat ik mijn gestoorde gedrag achterwege laat. Voor deze ene keer.
Lekker rustig zondagochtend. Fijn een kopje thee, beetje computeren: wie doet me wat. Heerlijk zat ik daar, beetje kletsen met mama en Lein. Ik maakte een nieuw kopje thee en zakte weer onderui, lekker lui. Terwijl ik dat deed, met mijn mok hele hete thee, bedacht ik dat dat wellicht niet zo'n goed idee was. Ik wilde overeind komen, maar op dat moment gebeurde het: een ongelukje zit tenslotte in een klein hoekje.
Waarvan akte.
Ik kreeg een sloot hele hete thee over mij heen, over m'n buik en mijn bovenbenen. In eerste instantie vloekte ik een paar keer en haalde ik mijn natte kleding los van mijn lichaam. Ik stond en had pijn, maar dacht nog dat het zo wel weer over zou gaan. Tenslotte gebeuren dit soort dingen wel vaker, zeker bij zo'n theeleut als ik.
De pijn ging echter niet voorbij en mijn moeder zei: "Doe die broek uit, dat moet je koelen!" Ik trok mijn broek uit en mijn shirtje omhoog. Op dat moment zag ik een glimp van wat er zich op mijn buik afspeelde: de vellen hingen los. Paniek. Ik riep naar mijn moeder: "De vellen hangen los!!!! AU AU AU!" Direct nog meer koelen en na zo'n kwartier op de bank met natte doeken onder de douche. Vloekend en scheldend, want AU!
Vellen die loshangen op de buik, dat is nooit goed. Dus toch maar naar de dokterswacht. In Drachten. Samen met Lein en mama in de auto. Inmiddels had Piet Paniek het huis verlaten en was Zenuwpees Marlief teruggekeerd. En die is met dit soort gebeurtenissen op haar best: de grappen en grollen rolden over mijn lippen alsof het een lieve lust was.
Ook mama en Marjolein, inmiddels van de losse-vellen-schrik bekomen, hielden me aangenaam bezig: "Er doet niets zo zeer als een bevalling. Dan weet je dat alvast." Fijn. Au. Goed om te weten. Pijn.
In het ziekenhuis stelde de dokter de schade vast: "Eerste en tweede graads brandwonden. Insmeren, verbinden, morgen weer en dinsdag opnieuw laten beoordelen door jouw eigen huisarts." Mijn moeder bedacht zich niet en wierp zich op als Zuster Klivia. Samen met de doktersassistente verbond ze mijn buik en benen. Ik geloof dat ze het wel gezellig vonden, want ze hadden dikke pret samen. En mijn moeder vindt het wel leuk om mij een beetje te plagen, dus dat ging in één moeite door. Geen probleem voor Zuster Klivia van der Molen.
Ik kreeg het volgende advies mee: "Vandaag niet teveel lopen of zitten. Gewoon niet te veel doen, lekker blijven liggen." Mijn moeder zuchtte eens diep en zei: "Zeg dat nou niet, dan doet ze helemaal niets meer..."
En bedankt mam! :)
Zuster Klivia Ik heb mijn eigen apotheek op mijn lijf
Midden
in de nacht in een wijnvat. Ik slaap net als de telefoon gaat.
Vriendje. "Ik kan Pip nergens vinden. Ik ben al een half uur aan het
zoeken, maar ze is nergens." Ik, nog slaperig, begin direct met
mogelijkheden: "Achter de wasmand, onder de kast, achter het bed, heb je
al gerammeld met het snoepjesbakje?" Vriendje heeft het allemaal al gedaan en ik word gealarmeerd door zijn
stem. "Het raampje staat nog open, ik denk dat ze is ontsnapt." Ik roep
dat hij direct naar het balkon moet gaan om te kijken. "Dat heb ik al
gedaan. Ik denk dat ze naar beneden is gevallen of gesprongen."
Vriendje, niet vies van een beetje pessimisme, vervolgt: "En dan is ze
dood."
De rest van de nacht slaap ik niet. Ik heb me de
afgelopen weken onverwacht zeer gehecht aan dit zwarte poezenbeestje en
dit bericht lag niet helemaal in de planning. Ook Moon, kattenliefhebber
pur sang, slaapt niet meer. We zijn dan ook weer op tijd in Amsterdam.
Tijd voor een poezenspeurtocht. Want een dode poes, daar gelooft zij
niet in. Ik ben van het positieve, dus ik hecht waarde aan haar oordeel.
Het voelt als 'Man bijt hond', zoals we bij alle buren aanbellen en bij ze
naar binnen lopen. Bij sommige mensen mogen we ook absoluut niet binnen:
"Jullie vertrouwen me niet! Jullie denken dat ik de poes gevangen houd,
dat is niet waar! Die poes zit niet in mijn tuin. Jullie mogen niet
naar binnen!", wordt er naar ons gegild als antwoord op de vraag: "Mogen
we even proberen om te kijken of we in de andere tuin kunnen, waar mijn
poes naar beneden is gevallen?" Moon en ik staren de schreeuwende dame
met open mond aan en zeggen tegelijk: "Ja, daaag - hier hebben wij geen
zin in. We proberen het wel ergens anders." We draaien ons om en lopen
door. Voor dit soort onzin hebben wij dus echt geen tijd.
Dan is er opeens hoop: een buurvrouw heeft haar gezien. Want ze herkende
haar aan het blauwe halsbandje (Diva Pip heeft overdreven kitscherig
bandje met glitters en belletje!). "Ze leeft nog!" Op slag is ons humeur
een stuk beter. Toch keren we onverrichterzake naar de mannen
terug. Zonder Pip de Poes.
Vriendje en ik zitten, ondanks de heerlijke zon op het dakterras, toch
op hete kolen. We willen graag naar huis om onze poes te vinden. Eenmaal
thuis rent Vriendje direct naar het balkon en wonder boven wonder: "Ik
zie haar!" En jawel, onder een hoop hout zit daar onze kleine diva,
compleet met blauw halsbandje. Ze wordt beschermd door een enorm dikke,
grijs witte poes. Na deze keurig bedankt te hebben, nemen we ons
kleintje mee naar boven. Ze wordt ontvangen met hosanna's en palmtakken.
Slapen in een wijnvat is al een heel avontuur op zich, omgaan met
vrouwen uit de beroemde stad is zo mogelijk een nog groter avontuur. Na
een verfrissende wandeling over de dijk, besloten we neer te strijken
in een leuk uitziend tentje. Daar zouden we ons vast kunnen opwarmen met
chocolademelk en bitterballen. "Hebben jullie ook bitterballen?",
vraagt Simone aan de dame achter de bar. Deze bedenkt zich niet, zucht
héél diep en kijkt bijzonder verstoord. "Nou ja, maar dat duurt wel
lang," is haar niet zo enthousiaste antwoord. Ons maakt het niet uit, we
zijn tenslotte op vakantie. Maar blijkbaar is het voor allemaal heel
ingewikkeld, ze is tenslotte erg druk: we zijn de enige twee klanten.
(...)
Even later wil Moon haar iets vragen. Net op dat moment komt ze op
ons af met ons drinken, de bitterballen liggen inmiddels in het vet en
wij liggen uitgestrekt op een Chesterfield bank. "Mag ik je iets
vragen?", begint Moon aardig. De dame in kwestie zucht opnieuw diep en
zegt: "Nou, dat weet ik eigenlijk niet...". Op dat moment was ik klaar
met haar, maar Simone probeert nog een alleraardigst gesprek met haar
aan te knopen. Dat het niet heeft geholpen, blijkt wanneer we twee uur
later vertrekken. Ik zeg oprecht enthousiast: "Die bank is echt
fantastisch. Dan wil je eigenlijk nooit meer opstaan, het is jammer dat
we nog dingen moeten doen vanavond..." De dame kijkt verstoord op en
zegt: "Ja, ik geloof je nu niet meer."
Ik weet even niets meer te zeggen. Er rest ons niets anders dan te
betalen en snel te vertrekken. Op naar wat vriendelijker volk.
De
volgende ochtend gaat de wekker al op tijd. We zijn even
de weg kwijt in verband met de zomertijd, dus besluit Simone om te
bellen naar de receptie. De telefoon gaat en een dame achter de receptie
neemt op: "hm" klinkt het. Simone laat zich niet uit het veld slaan en
blijft vriendelijk: "Goedemorgen, mag ik u iets vragen? Klopt het dat
het nu kwart over acht is?" Of het nu komt door de zomer-jetlag of omdat
het lastig is als gasten bellen met ingewikkelde vragen, de
receptie-dame knort: "Ja" en hangt op, Simone in verbazing achterlatend.
We verwachten dat dit het was. Dat dit niet erger kan. Maar ook
tijdens het ontbijt treffen we iemand die met acht mensen in de
ontbijtzaal haar werk veel te zwaar vindt en zuchtend de broodjes
bijvult. En bij het uitchecken blijkt afrekenen geen gemakkelijke
opgave. Het meisje achter de balie kijkt ons aan of we Turks spreken en
er kan amper een normaal woord vanaf.
In de auto beginnen we te grinniken: ons weekend was heerlijk, dat van de vrouwen uit Stavoren beduidend minder.
Van zoveel onvriendelijkheid worden wij een beetje baldadig...
Dit weekend was het tijd
voor het vieren van Simone's dertigste verjaardag, een half jaar
geleden. Mijn briljante cadeau was een overnachting in een wijnvat in
Stavoren. Beter kon het niet. Bij mijn voorbereiding op Het Weekend,
blijkt dat Stavoren bijna naast mijn geboortedorp Koudum ligt. Een
bezoekje waard, zo vindt ook Simone. En dus rijden we zaterdagmiddag
allereerst richting Koudum.
Een spannend moment voor mij, want sinds ik er dertig jaar geleden
ben vertrokken (ik woonde er maar een jaar), ben ik er misschien nog
vier of vijf keer geweest. Stiekem verwacht ik te worden ontvangen als de Verloren
Dochter, compleet met hosanna's en palmtakken. Ja, je bent dochter van een dominee of je bent het niet...
Bij het passeren van de dorpsgrens blijken er geen palmtakken,
juichende mensen en hossana's te zijn. Wat we wel zien is een rustig,
Fries dorp. We rijden er doorheen en ik wil Simone het huis laten zien
waar ik ben geboren. Tomtom stuurt ons een straat in en in eerste
instantie herken ik niets. Alleen maar kleine huisjes en dat is niet wat
ik mij herinner... "Wacht dacht je dan", grapt Moon, "dat je bent
geboren in een riant huis met een groot stuk land?"
Ik hoef niet te antwoorden, want daar doemt Hét Huis op. Mijn
geboortehuis: de pastorie. Een riant huis met een grote tuin. Ook Simone
is even stil. Blij maken we foto's en dan loop ik een stukje terug.
"Volgens mij is dit de kerk", zeg ik, terwijl ik een klein paadje oploop
naar een gebouw. Moon volgt me braaf en dan komt de desillusie: de kerk
blijkt een woonwinkel te zijn geworden. Een woonwinkel met heel veel
spullen. We lopen naar binnen en ik kijk rond, ik begin aan mezelf te
twijfelen, want was die kerk hier dan wel? De eigenaresse van de winkel
biedt uitkomst: "Jazeker, tot een jaar of zes geleden." Ik kijk Simone
wat ontstemd aan: "Nou kijk, hier ben ik dus gedoopt. Ongeveer op
dezelfde plek als waar ik nu sta..."
Bedremmeld lopen we naar buiten. Herinneringen uit mijn jeugd bruut verstoord. Simone briest: "Is er dan niets meer heilig?"
"Nee, in Amsterdam wonen
is niet eng." "Nee, ik merk eigenlijk nooit echt rare dingen in mijn
buurt...", met dit soort uitspraken heb ik mij de afgelopen maanden vaak
moeten verdedigen. Verhuizen van Kollum naar Amsterdam was voor
Vriendje niet zo'n probleem, maar toch voelde ik soms de behoefte om
hem, zijn familie en vrienden gerust te stellen. Want ik woon echt in
een rustige buurt. Echt.
De eerste paar weken verlopen inderdaad rustig. Vriendje komt, settelt
en werkt. Tot afgelopen woensdag. Ik loop de gracht grenzend aan mijn straat op en
voor mijn ogen wordt er iemand aangehouden. "Rustig maar, mevrouwtje, we
houden gewoon iemand aan," wordt me verzekerd door de agent in burger.
Ik loop door en denk bij mezelf: 'nou, noem dat maar normaal...'.
Op
donderdag komt Vriendje thuis en heeft ook een verhaal: "Er stonden wel
vier politieauto's bij de Albert Heijn, er werden twee jongens
afgevoerd!"
Op vrijdag wordt er ingebroken bij onze buren en dat is een heel
avontuur op zich. 's Avonds wordt er weer aangebeld en opnieuw staat er
politie voor de deur. Gelukkig is het dit keer 'maar' de forensische
dienst. Ze komen een sporenonderzoek doen, zodat ze de dader extra goed
kunnen aanpakken.
Zij gaan daar mee bezig en ik ga naar de Albert Heijn
voor de broodnodige boodschappen. Als ik daar aankom, wordt er voor
mijn ogen een vrouw aangereden door een meneer op de fiets. De mevrouw
bedenkt zich niet, gooit haar boodschappen neer, trekt haar jas uit en
ontsteekt in woede. Ik bel Vriendje en hij hoort het gegil van de vrouw:
"Ik eet je op! Ik eet je op! Ik eet je op!" Ze valt de meneer aan en
slaat hem waar ze hem raken kan.
Net op het moment dat ik besluit om Vriendje op te hangen, zodat ik de
politie kan bellen, fietst de man weg. De rust keert terug en ik loop de
Albert Heijn in. Dan gaat mijn telefoon: Vriendje. "Waar is de stress
nou?", vraagt hij. Ik vertel het verhaal nog eens en zeg dat het verder
voorbij is nu. "Waar ben jij nu dan?" Hij antwoordt dat hij voor de
Albert Heijn staat. Met de politieman van het sporenonderzoek. Mijn
Friese held hoorde namelijk alle herrie op de achtergrond en met de
schrik van de inbraak nog in de benen, wilde hij me niet alleen laten
staan. De politie zag hem rennen, bedacht zich niet, en rende achter
Vriendje aan. Gelukkig hoefden ze niet meer actie te ondernemen dan het
trekken van dit stevige sprintje.
Een rustig buurtje waar nooit iets gebeurt, het blijkt niet meer
helemaal te kloppen. Dit wordt ook bevestigd door de Agent van de Dag:
"Dit soort dingen zijn op dit moment schering en inslag..."
Welkom in Amsterdam, Vriendje. Het is hier echt heel rustig, hoor!
Afgelopen vrijdag - de
deurbel gaat. Ik loop naar beneden om de deur open te doen en zie daar
een jongen staan. Ik ken hem niet, dus het zal vast niet voor mij zijn.
Dat klopt: "Sorry, ik zat verkeerd, ik was op zoek naar iemand anders,"
zegt de vriendelijk glimlachende jongen. Geen probleem, zeg ik, maar
terwijl ik naar boven loop zit het voorval mij toch niet helemaal
lekker. Maar waarom precies, dat weet ik niet.
Zeven minuten later gaat
opnieuw de deurbel. Opnieuw loop ik naar beneden en zie daar opeens
politie staan. Snel open ik de deur en het blijkt dat er niet alleen
politie staat, maar ook twee buurvrouwen. Er is geprobeerd in te breken
in het huis naast het onze. Wat een schrik! Er worden
getuigenverklaringen opgenomen en er is een verdachte aangehouden.
Een heel stress-moment in
ons doorgaans redelijk rustige straatje. Samen met buurvrouw A. praat
ik nog even na. Want zij betrapte de jongen op heterdaad en is de heldin
van de straat. Dit is al haar derde keer, dus zij houdt onze straat
goed in de gaten. Zij had mij zelfs nog met de jongen horen praten: "Hij
was inderdaad echt heel vriendelijk. Toch voelde ik ook dat er iets
niet in de haak was." Ik moet lachen: "Ik ga geraniums voor je kopen,
voor op de vensterbank! Kan je voortdurend een beetje achter je
geraniums de buurt in de gaten houden. Je bent de oma van de straat!"
Goedbedoeld, want A. is een hartstikke jonge en hippe dame die
allesbehalve een oude, chagrijnige buurtoma is.
We nemen afscheid en terwijl ik mijn trap oploop, zegt ze: "Oja, nog
even over jouw vriend. Wat een leuke vent! Aardig, vriendelijk en een
heel open gezicht." Ze is mijn oma-compliment nog niet vergeten, denk
ik, want ze voegt eraan toe: "Eigenlijk net zo vriendelijk als zoals die
jongen net..."
Inmiddels woon ik bijna
vier weken samen. Ik kreeg enige paniek bij aanvang van dit nieuwe
project in mijn leven. Opeens was mijn huis stampvol: 2 poezen, 2 vogels
en niet te vergeten Vriendje. En dat allemaal op 60m2. We hadden dan
ook wat opstartproblemen. Oh, Vriendje en ik niet hoor. Poezen en ik
wel. Bloem verstopte zich in de kast en Pip wilde Fugels eten. En ik was
de kattenontkenner in huis. Af en toe een paniek-sms naar Vriendje:
"Wat moet ik nu doen? Is dit normaal?" En KattenKenner Vriendje wist dan
wel raad.
Op een gegeven
moment werd mij gevraagd of ik wel zeker wist dat Poezebeesten allebei
van het vrouwelijk geslacht zijn. Want 'ze ziet er zo mannelijk uit'.
"Net wat voor mij," dacht ik bij mezelf, "een poes met een
kattencrisis." Ik vroeg hoe ik hier achter zou kunnen komen. "Oh gewoon,
even voelen of ze balletjes of tietjes hebben.' Geschrokken las ik dit
advies. Ik gruwde al bij de gedachte dat ik de Poezebeesten moest aaien,
laat staan ik naar geslachtsdelen ga zoeken. Ik antwoordde dan ook
vrolijk: "De dag dat ik aan kattenballetjes of poezentietjes zit, is nog
ver weg." Dus bestrafte ik deugniet Pip van een afstand en lag Bloem
nog steeds in de kast.
Tot er een kleine verandering kwam. Ik was met Vriendje in de woonkamer
en Pip was in de badkamer. Ik riep: "Pip, kom maar!" en Pip kwam
doodleuk aanwandelen. Tot Vriendje's verbijstering. En dit is ze blijven
doen. We sloten voorzichtig vriendschap en af en toe liet ze zich door
mij aaien. De absolute overgave van haar kant kwam toen ze me haar kont
aanbood. "Nu erkent ze dat jij de baas bent," aldus KattenKenner
Marjolein. En Bloem lag nog steeds in de kast.
Langzamerhand groeide onze vriendschap. Ze vonden het zelfs niet erg dat
ze van mij een hysterisch glitterend halsbandje, compleet met
hysterische bel, om kregen. Wat heet: ze dragen het zelfs met trots. Nu
volgen ze me overal, ook Bloem komt als ik haar roep. We zijn aan elkaar
gewend.
Maar de dag dat ik aan kattenballetjes en poezentietjes zit, ligt nog steeds ver weg.
Pip ligt graag naast me als in bad lig. En Bloem is uit de kast gekomen...
Vanmorgen mocht ik weer naar de gynaecoloog. Zag ik er vorige keer al tegenop, nu kon je me helemaal wegdragen van pure ellende. Op zich was er niets aan de hand: ik ging voor de eindcontrole na de mini-ingreep van half december. Maar ik had bedacht dat het wel een goed idee was om een spiraaltje te nemen. Een koperspiraal wel te verstaan, want tegen hormonen blijk ik niet te kunnen. Tenminste, de Nuvaring bracht allerlei naars en hormonaals voor me mee, dus een hormoonspiraal leek de gynaecoloog geen goed idee. Mij ook niet trouwens, ik was die ontelbaar onverklaarbare huilbuien nu wel zat.
Na dit besluit volgde er een zondvloed aan horrorverhalen. Want wie ik ook sprak en wat ik ook las: niemand had een goed verhaal. Het doet zeer, je kunt drie dagen niet lopen, PIJN!PIJN!PIJN! Steeds groter werden mijn twijfels en ook mijn angst kon ik niet meer verbergen. Ik keek hulpeloos naar Vriendje: “Wat moet ik nou?” Ook hij werd wat nerveus: “Ik weet het niet, lief. Maar als je echt niet wilt, moet je het niet doen hoor.”
Helaas ben ik trouw aan mijn afspraken en besloot ik toch te gaan vanmorgen. Natuurlijk had ik opnieuw Sandra zo gek gevonden om mijn handje vast te houden. “Ah, de partner in crime”, begroette mijn dokter haar. Zij zijn inmiddels ook al ‘ouwe jongens krentenbrood’ na drie bezoekjes. San stommelde de kamer binnen: “Het duurde even wat langer met me, want ik gooide koffie over mijn schouder… voel maar.” Ze bood haar schouder aan, maar mijn nerveuze hysterie gaf de arts geen kans om even de koffievlek aan te raken. Dat was maar beter ook, want hij had alle aandacht nodig voor de hysterica die al bezig was met haar broek uit te trekken. “Het is jouw eigen keuze hoor. Als je niet wil…”, begon hij, maar ik zei: “Het is beter van wel.”
We staken van wal. Hij met zijn spreiders en meters en ellende, en ik met kletsen. Want ik ben nogal goed in nerveus geouwehoer. Zo vertelde ik mijn publiek dat ik Vriendje bang had gemaakt. “Want kijk die haken!!!! Denk eens bij jezelf, met die haken!!"
Al snel verging me de lust tot nerveus gekakel en voelde ik alleen maar pijn. Ik piepte naar San: "Praat tegen me, San! AU!" Vanachter het gordijn klonk haar stem: "Wat ga je doen vandaag?" Ik probeer me te concentreren op haar stem en mijn agenda voor de dag, maar bijna lijkt de pijn de overhand te nemen. Dan zegt de dokter: "Het is klaar."
Ik schiet overeind en zeg: "Wanneer begint de tergende pijn dan?" Zijn antwoord komt snel: "De komende 24 uur heb je nog krampen, maar daarna moet het over zijn." Ik begrijp hem niet direct: "Ja, maar nu bedoel ik?" De opluchting blijkt enorm, wanneer blijkt dat dit het was. Dat de marteling minder lang duurde dan verwacht en voorspelt door velen. Dit was het. Dit was het! Er rest niets anders dan een inwendige echo om te zien of het spiraaltje goed zit. Nieuwsgierig kijk ik mee en zie interessante dingen: "Oh, is dat dan mijn kruis?", vraag ik belangstellend. De dokter grinnikt en San's lach komt hard achter het gordijn weg. "Nou", zegt de dokter, inmiddels al wat van me gewend: "je neemt tenminste geen blad voor de mond." San proest: "Dat doet ze nooit."
Ik, allang blij met de meevaller, trek vrolijk mijn broek aan en blaat als een opgewonden schaap dat ik zo trots op mezelf ben. Ik blijk niet de enige: "Je hebt je keurig gehouden hoor", zegt mijn dokter en vraagt vervolgens: "Wil je een lollie?"
Ik stap vrolijk het ziekenhuis uit, zonder lollie maar mét goed humeur. Trots laat ik thuis onze nieuwste aanwinst zien: "Kijk eens, lief. Wat is ze mooi he?"
De muis in de broek was iets teveel pret voor Vriendje. En voor mij eigenlijk ook. Ik besloot dat het er maar van moest komen: "Zullen we uit bed gaan en weer zoeken naar een poes op internet?" Heftig knikt Vriendje van ja.
Binnen een half uur hebben we Dé Poes gevonden. Of liever gezegd: twee poezen. Ze moeten weg bij hun huidige baasje omdat de grote, nogal angstaanjagende, Sint Bernard ze niet duldt in zijn domein. Ze zijn lief en schattig en erg angstig. Vriendje bedenkt zich geen moment: "We nemen ze mee."
Ik slik. Ze zijn lief en schattig, maar vorige week woonde ik nog alleen in mijn huis. Nu is het letterlijk een Full House. Maar ook ik ga overstag. Want die grote hond hoeft ze niet bijten, dat is zielig.
Als we thuis aangekomen zijn, duiken de poezen direct weg. Achter de kast, in de boekenkast, achter de verwarming onder de verwarmingsbuis... overal, maar vooral niet bij ons in de buurt. Want zo'n groot nieuw huis is toch wel behoorlijk spannend. Ook ik vind het spannend, want Vriendje gaat werken en ik weet niets van poezenbeesten.
Dus nu zitten we alledrie in ons eigen schuilhoekje: ik op de bank onder een dekentje met een Disneyfilm, de rode poes achter de boeken in de boekenkast en de zwarte in de badkamer, achter de wasmand. Zo kunnen we alledrie wennen aan deze nieuwe situatie. Maar het komt vast goed.
En muizen: berg je maar! Die twee jagertjes komen jullie halen!
Vorige week was het allemaal nog anders. Ik woonde alleen in mijn huisje in Amsterdam en reed al bijna anderhalf jaar steeds naar Kollum. Naar Vriendje, die stiekem toch enorm mijn hart gestolen heeft. Na veel gesprekken besloten we om tot De Stap over te gaan: we gaan samenwonen. Voor iemand die graag met zichzelf is, is dat toch een behoorlijke stap. Maar De Grote Intrek verliep vrij vlekkeloos. Eigenlijk voelde het heel normaal. Vriendje hoort in mijn huis (sorry: ons huis) en ik hoor bij Vriendje.
Maar iets in mijn huis (sorry: ons huis) hoort niet bij Vriendje. En dat zijn de muizen die hier vrolijk leven. Zij zijn de baas in huis. Voor mij niet zo'n groot probleem, zolang ze niet in mijn bed kruipen. Voor Vriendje wel een probleem: hij blijkt namelijk allergisch voor muizen. Dus zo leefden we vrolijk voort: Vriendje, de muizen en ik.
Zoetjesaan moest ik aan het idee gaan wennen dat er misschien gezinsuitbreiding zou komen. In de vorm van een poes. Ik begreep dat er geen andere mogelijkheid was, ook al ben ik niet de grootste poezenvriendin op aarde. Ik vind poezen leuk: op afstand. Maar voor Vriendje wilde ik er over nadenken.
Tot vanmorgen. Ik was de halve nacht wakker geweest vanwege gekraak en ellende onder het bed, maar toch keurig op tijd wakker. Ik opende mijn ogen en zag iets bewegen bij de broek van Vriendje. Ik keek nog eens beter en zag opeens een muizensnoetje boven zijn broek uitsteken. "Er zit een muis in je broek!", klonk de wekker voor Vriendje en hij zat rechtovereind. Hij pakte een boek en wilde de muis pakken: mislukt.
De
afgelopen weekenden was Vriendje in Amsterdam. Om alvast een beetje
voor te bereiden op De Grote Verhuizing. Want 1 maart komt met rasse
schreden dichterbij. Dus ik vertelde hem alvast over één van Dé Hotspots
van Amsterdam.
De Geitenboerderij.
Vriendje
keek me aan: dit kon hij gewoon niet geloven. Wilde hij ook niet
geloven. “Schatje, dat vind JIJ misschien leuk, maar dat is niet een
Hotspot. Dat kan gewoon niet.” Ik ging er tegenin, maar het had geen
zin. Ik kon hem niet overtuigen. Maar ik wist dat mijn gelijk nog wel
zou komen.
Vrijdagavond
– bij Kamal. “Waar heb je gesolliciteerd? Oh, dat is bij het Amsterdamse Bos. Daar hebben ze een hele leuke geitenboerderij. Daar
gaan Lies en ik wel eens heen!” Vriendje keek beteuterd, maar wist dat
daar meestal de kleine neven en nicht bij zijn. Goed excuus voor een
bezoek aan de Geitenboerderij – zelfs voor de hippe Kamal. Hij was nog niet overtuigd.
Zaterdag
– Danits. “Waar heb je gesolliciteerd? Oooooh, dat is bij de Geitenboerderij in de buurt!!! Daar gaan mijn vriend en ik wel eens heen
op zondag!!!” Vriendje slikte. De hysterie van Danits is nog redelijk
vergelijkbaar met het mijne. Maar dat haar vriend ook naar de
Geitenboerderij gaat (en het blijkbaar leuk vindt), dan wordt alles
anders.
Maandag
– Moon. Op Facebook staat een bericht: ‘Lekker met vriendinnetje naar de Geitenboerderij, capuchino drinken. Mmmm!’ Vriendje kwam er niet
onderuit: blijkbaar is De Geitenboerderij hipper dan verwacht. Maar toch
geeft hij zich niet helemaal over: “Als je maar niet denkt dat ik daar
met je heen ga,” bromt hij. Ik glimlach. 1-0.
Goed.
Opeens was ik in een dorp waar Fries en Kollums werd gesproken. Waar de Hollandse taal maar weinig werd gehoord – behalve als ze tegen mij
spraken. Dus daar zat ik, in de kroeg en op verjaardagen: ik verstond
niets. Regelmatig werd ik een beetje voor gek gehouden. Logisch, want
die ‘rare Amsterdammer’ begrijpt er toch geen moer van. Vader van
Vriendje trok zich niets van mijn beperking aan: hij bleef Fries praten.
“Ze moet het maar leren.”
Ik
besloot me niet te laten kisten! Vader van Vriendje had gelijk: ik zou
best Fries kunnen leren. Dus bij elk woord vroeg ik aan Vriendje wat het
in het Fries was (Paard? Hiender. Voetganger? fuotgonger).
Op die manier leerde ik steeds meer woordjes. Maar ik merkte dat het op
deze manier geen zoden aan de dijk zette. Want in mijn dagelijkse
gesprekken komt het woord ‘paard’ niet vaak voor. Dus ik moest het op
een andere manier proberen.
Ik
zocht hulp bij mijn talencursus en vond het in het duo ‘Die Twa’. Twee
muzikale jongens die me erg aan Nick & Simon doen denken – alleen
dan op z’n Fries. Ik kreeg een cd’tje van hen en tot diep in de nacht
luisterde ik naar het liedje ‘Asto mar by my bist’. Keer op keer speelde
ik het af en stopte na elke zin om het te vertalen. Nadat ik de
vertaling onder de knie had, begon ik aan het papegaaien. Want ik moest
het niet alleen begrijpen, ik wilde het ook kunnen uitspreken. En er kwam een tweede liedje bij – ‘Fûgels’. Ook die kreeg ik onder de knie.
Het
werd tijd voor de vuurdoop. Want Fries zingen in een kamertje met de
deur op slot is al een hele kunst, maar zingen voor Fries publiek is
iets heel anders. Na een paar wijntjes, durfde ik in de plaatselijke
kroeg het liedje aan te vragen. Om stilletjes mee te kunnen zingen. Maar
dat ging niet door. Ik kreeg de microfoon in mijn handen gedrukt en ik
moest meezingen.
Met
rode vlekken in mijn gezicht en zonder iemand aan te kijken, stond ik
stijf tegen Vriendje aan gedrukt. Maar ik zong. In het Fries.
Ik bin in oprjochte Fries (deel 1)
Taal | Prinsessengedrag
|
20 Januari 2011 | 19:45:45
Vriendje is een echte Fries. Hij is geboren en getogen in een pittoresk
Fries dorp en spreekt de Friese taal vloeiend. Ik ben ook geboren in een
pittoresk Fries dorp – maar verhuisde toen ik 1 was. Mijn
ouders komen uit de provincie Groningen, dus versta ik het Groningse
dialect goed en spreek het een klein beetje. Fries is voor mij
abracadabra.
Omdat ik mij niets van mijn geboorteplaats Koudum kan herinneren,
geniet ik van verhalen over mijn broer die op zijn ‘knibbel’ was
gevallen. En dat de oer-Hollandse juf hem niet begreep. Dat was overigens één van
de laatste Friese zinnen die uit zijn mond kwam – hij stapte rap over op
het Nederlands.
Toen ik een jaar of veertien was, besloot ik dat ik mijn afkomst
niet meer kon verloochenen. Ik dacht: ik ben een Friezin en ik ben er
trots op. Ik vroeg mijn moeder om me Friese woordjes te leren en we
begonnen met tellen. Van één tot tien: ien, twa, trije, fjouwer, fiif,
seis, sân, acht, njoggen, tsien. Met name de njoggen (dat voor mij als ‘njokken’ klinkt)
en sân (voor mij klinkt het als sooooon) bleven mij goed bij.
Maar,
zo bleek, de Friezin in mij verdween net zo snel als dat ze gekomen
was. Want na die tien nummertjes, verslapte mijn interesse in de schone
Friese taal. Ik hield me al snel weer bezig met mijn keurige ABN,
compleet met kakkers ‘R’.
Maar toen kwam ik Vriendje tegen. En dan moet je opeens wel – want
in zijn dorp spreken ze Fries en bij voorkeur niets anders. Ik voelde de
noodzaak opeens heel hard: tijd voor een talencursus...
Ik
beleef niet alleen dwaze vakantieavonturen met Marjolein, we spreken
ook tussen de vakanties door af. Om thema-avonden te houden. Zo hebben
we al een vakantiethema, een Grieks thema en een After Christmas-thema
gehad. Bij een Griekse thema hoort natuurlijk tzatziki, shoarma en
sirtakimuziek. Helaas ontbrak de Ouzo. Omdat we op vakantie elke avond
braaf een cocktailtje drinken, mocht die tijdens het vakantiethema niet
ontbreken. Dus brouwde ik braaf een pina cola. Die veel te sterk was.
Thema-avonden dus. Je
zou bijna denken dat wij nog tieners zijn in plaats van respectabele
dertigers.
De
dag na Kerst zag ik Lein weer. Om een After Christmas Dinner te houden.
En daar horen cadeautjes bij. Dus kreeg ik een zalige scrub van Sabon
en zij een reisset van Rituals. Want we blijven stiekem altijd zin in
vakantie te hebben.
De
avond kabbelde rustig voort met kwebbels, Glee en stamppot. Het leek
bijna op een heel volwassen verloop van de avond. Alsof we keurige dames
zijn die hun leeftijd eer aan doen. Bijna.
Want
aan alles komt een eind, ook aan gezellige avondjes voor Keurige Dames
Op Leeftijd. Marjolein kreeg een stapel tijdschriften mee en ik zou haar
even helpen om ze in de auto te leggen. Een zware tas en drie trappen.
Dat is op zich al een survivaltocht. Marjolein liep ook angstvallig
achter mij en vroeg maar steeds of het echt wel goed ging. Ik begreep
niet waar haar zorgen vandaan kwamen – ik ben doorgaans toch heel stabiel en
evenwichtig?
Ik
stapte flink door richting haar auto. Het was erg koud en ik had geen
jas aan. Het vroor, dus alles was glad. Oja – dat was ik vergeten! Glad!
Voor ik het besefte had mijn instabiliteit de overhand genomen en ik
ging plat op mijn snufferd. KLABAM!
Opeens begreep ik waarom Marjolein zich zorgen had gemaakt tijdens onze drie-minuten-survival-tocht van mijn huis naar haar auto. Mijn evenwicht is doorgaans niet stabiel.
Ik
ga samenwonen. Of liever gezegd: wij gaan samenwonen. Want samenwonen kan ik tenslotte niet in mijn eentje. En hoe leuk ik het hele
samenwoon-plan ook vind, een beetje spannend is het wel. Want mijn huis
is voor prinsessen en meisjes die van glitters houden. En als er dan
opeens een man rondloopt, is dat op zijn zachtst gezegd een beetje
wennen.
Want
opeens moet je aan elkaars slechte en bizarre gewoonten wennen. Een
paar weken geleden grapte ik al tegen Vriendje: “Nu moeten we straks
ruzie maken over wie het dopje niet op de tube tandpasta heeft gedraaid.
Maar dan heb je geluk, want dat doe ik heus altijd!” Vriendje keek me
aan en zei doodserieus: “Ik denk dat het eerder gaat over de lege cola
light flessen die jij overal laat slingeren.”
Hij
keek naar beneden en ik volgde zijn blik. Hé, een lege fles… onder de
bank. Au. En ik wist dat hij op dat moment ook aan mijn auto dacht: waar
drie lege flessen liggen. En ik wist dat hij dat wist. Ik knipperde
schuldbewust met mijn ogen en lachte lief: “Maar nu ik weet dat dat
samenwoonproblemen kan opleveren, ga ik eraan werken.” Trots op mezelf
en mijn besluit, kroop ik weg in zijn armen en overlaadde Vriendje met
kusjes.
Een
paar dagen later loop ik tegen mijn volgende leerpunt aan. Vriendje
roept vanuit de badkamer: “Was dat grapje over het dopje van de tube
tandpasta een waarschuwing?” Ik loop nietsvermoedend naar de badkamer.
Daar zie ik Vriendje triomfantelijk de tube tandpasta omhoog houden.
Zonder dopje. Omdat ik die er niet op gedraaid heb.
Oef. Een slecht moment om mezelf een nieuwe slechte gewoonte aan te leren.
Eerste kerstdag, middag-diner bij mijn moeder. Ik maak het voorgerecht en het nagerecht: paprikasoep en schuimijstaart. Zo stond ik dus vanmorgen om tien uur al knoflook, pepers en paprika te snijden. Ik zat op tijd, want om twaalf uur zou de Top 2000 beginnen en daar moet ik mijn volledige aandacht bij hebben. Snel dus maar.
Soep klaar, ik moet proeven. HEET! Oei, iets te pittig. Niet voor mij, maar de oma’s zouden het wellicht iets minder kunnen waarderen. Nog wat room erbij, blijft pittig. Meer room en nog meer room. Toch nog pittig… Dan maar mijn moeder laten proeven.
Vlug onder de douche, lekker cremetje voor mijn winterdroge huidje. Dan pak ik mijn nieuwe, kanten, glitterpanty voor onder mijn kerstjurkje. SHIT! Vergeten! NOOIT je benen insmeren als je een nieuwe panty aanmoet; die krijg je niet omhoog! Wat ik al verwacht had, gebeurd: gat in mijn panty.
Gelukkig is er altijd dé oplossing: nagellak. Ik vlieg naar de kast en pak een flesje nagellak. Ik probeer de dop open te draaien, maar dat lukt niet. Uiteraard: de wet van Murphy. Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks: met mijn tanden. OEF! Ook dat lukt niet, maar ik hoor wel iets vervaarlijks knarsen. Ik kijk naar het flesje en zie iets wits. Mmm… dat zou wel eens een stukje tand kunnen zijn. Ik voel met mijn tong aan mijn tand: ja hoor. Stukje van mijn tand af. Kon er ook nog wel bij.
Diep ademhalen. Aangekleed en wel zie ik er, ondanks de lichte tegenslagen, toch patent uit. Rendierhaarband in en glitters boven mijn ogen: jawel, kerst kan toch beginnen.
Ik stap in de auto, mét pan soep. Bij mijn moeder aangekomen, goochel ik met sigaretten, telefoon en pan soep. Ik moet de voordeur open maken, maar dat lukt niet. Pan soep op de grond, voor ik het weet zie ik iets zwarts glijden. Ik roep heel hard: “NEE!!!” . Ik probeer te redden wat er te redden valt, maar er is geen houden meer aan.
Telefoon in de soep: dat is dus nooit een goed idee.
Schuldbewust kom ik bij mijn moeder in de keuken, die direct aan het redderen gaat. Telefoon uit elkaar, afspoelen en op de verwarming. Maar we lezen in elkaars ogen dat het ijdele hoop is. De telefoon had al kuren: een baantje trekken in pittige paprikasoep zal hij vast niet overleven.
Mijn moeder proeft ondanks het sportieve uitje van mijn telefoon toch de soep. “Sorry, die kunnen we de oma’s niet voorzetten. Hij is heel lekker, maar écht veel te scherp.
Ik berust me in mijn lot. Prinses Marlief rules again.
Een kerstboom voor mij, een kerstboom bij Vriendje, een kerstboom bij Moeder… Ik ben er dol op. Ik versier me suf! Ik laat graag iedereen meegenieten van de kerstpret in mijn hoofd. Wat me dit jaar echter een klein beetje stoorde, was dat er geen kerstversiering op kantoor was. Ja, om de hoek: je weet wel, waar ik niet zit en het niet kan zien. Ik besloot dus tot een beetje kersterige vrolijkheid en versierde het blok waar ik meestal zit.
En, zoals dat vaker gaat bij mij, ik maakte er een dolletje van. Collega’s kwamen binnen en gesprek van de dag was uiteraard de kerstversiering. Iemand riep dat het toppunt van ‘fout’ een Kerstlaaf was. Dat soort dingen moet je niet zeggen als ik in de buurt ben. Dan heb ik namelijk opeens een doel. Dát moest ik hebben! Een Kerstlaaf! Voor mijn over-the-top-versier-uitspattingen! Iets mooiers en beters kon ik me niet bedenken.
Ik googlede, tot groot plezier van mijn collega’s, en vond een tweedehands Kerstlaaf op Marktplaats. Hij was gewoon Mooi van Lelijkheid. Ik besloot dat ik een bod zou gaan uitbrengen. Niet al teveel natuurlijk, want stel je voor: het geboorteboekje ontbrak – dan is zo’n tweedehands Laaf al gauw niets meer waard. :)
Vijf euro. Ik vond het een mooi openingsbod. Je moet ergens beginnen, niet waar? De eigenaar van de Kerstlaaf Lucas (jawel, het heeft een naam!) vond van niet: mijn bod werd genadeloos verwijderd. Reden? ‘Ik vind het bod niet hoog genoeg!’
Teleurgesteld staakte ik mijn ietwat laffe poging tot aankoop van een Laaf. Ik was namelijk écht niet van plan om € 35,- te betalen voor een tweedehands Laaf zónder geboorteboekje. Dan koop ik liever een nieuwe Laaf, die wel kan bewijzen dat hij (of zij) geboren is. :)
Collega A. had gezellig genoten van mijn Kerstlaaf-speurtocht. Zij vond het ook een teleurstellende zaak toen de Kerstlaaf uiteindelijk tóch niet bij mij zou komen wonen. Zij ondernam actie. Toen ik weer op mijn werk kwam, hing daar een gezellig kerstkaboutertje aan het magneetbord. Speciaal voor mij, met een kaartje: “Jammer genoeg ben ik geen Laaf, maar misschien word je hier ook wel vrolijk van!”
En dat werd ik. Nog steeds trouwens! Mijn Eigen Kerst Kabouter.
Afgelopen zondag was de oma van Vriendje jarig. Groot feest zou het worden, compleet met patatjes en verjaardagsliedjes. Best een beetje spannend, want ik had een aantal mensen van Zijn Familie nog niet ontmoet. En ik ben af en toe nogal een dwaas en wie weet zouden ze dat wel heel gek vinden. En wat betreft handigheid: die kwaliteit heb ik ook niet echt onder de knie. Meestal val ik om, knoei ik met limonade en maak ik dingen stuk.
Ik kwam de moeder van Vriendje tegen bij de supermarkt en ze fluisterde me toe dat het hele feest nog leuker zou worden. We zouden namelijk gaan eten van echt servies. Geen patatjes op plastieken bordjes, nee, het echte werk: Patat op Porselein en Aardewerk.
Nu hoor ik je denken: ik zie het feest niet in Patat op Porselein en Aardewerk. Ik wel. Vriendje’s moeder fluisterde namelijk nog iets in mijn oor: “Het servies mag na gebruik weg. En met weg bedoel ik echt weg. Dus kapot.” Er verscheen een grijns op mijn gezicht. Want met dingen breken heb ik ervaring. Dat kan ik echt heel goed. Weg waren de zenuwen om Zijn Familie te ontmoeten. Ik keek opeens uit naar het Aardewerk Werpen.
De volgende dag duurde lang. Eerst wat drinken, dan patatjes halen en alles weer opruimen. Ik kon mijn ongeduld bijna niet bedwingen. Wat mij betreft kon het betere Gooi-en-Smijt-werk wel beginnen. Eindelijk, maar toch. Vriendje stevende opeens met bord in zijn hand naar buiten en frisbeede 'm zo het ijs op. Samen met zijn zusje sprong ik op en ook wij snelden naar buiten. Uiteraard met wat servies in de hand.
Zij gooide het bord triomfantelijk het ijs op en … Klabam!... kapot. Ik knikte goedkeurend en liep ook naar voren om een Bord te Werpen. Ik haalde uit en gaf het bord een enorme zwiepert.
Blijkbaar was de zwiepert niet hard genoeg – hij belande kansloos in een bootje.
Ik keek er even naar en knikte toen: ja, dat was wel te verwachten. Onhandigheid is een kwaliteit die ik wel onder de knie heb. Dat zie je – zelfs het breken van een bord gaat op geheel eigen wijze.
Vriendinnetje Danits is creatief. Als ze tijd over heeft tenminste. Dat overkomt haar niet vaak, maar berg je maar als ze dat wel heeft. Een schilderijtje voor de babykamer, een doekje voor in de luiermand of de meest fantastische surprise voor Sinterkerst: het knutselen lijkt haar gemakkelijk af te gaan. Dit in tegenstelling tot Sandra en mijzelf, die amper verder komen dan een kroontje van zilverpapier en een bord met geschilderde scheldwoorden.
Het afgelopen jaar had Danits door omstandigheden iets meer tijd als normaal. En met ‘iets meer tijd’ bedoel ik zoveel tijd, dat ze volledig op de hoogte was van alle soaps op tv. Dagelijks kon ik een sms verwachten met de update van As the World Turns. Op een gegeven moment was het zelfs zo erg dat ze precies wist op welke dag ze welk koekje kreeg. Het was de hoogste tijd om haar af te leiden. Beetje huismuts is cool, maar dit werd zelfs mij te gortig. Ze vond afleiding in een breipakket. Danits ging los. Ze breide aan één stuk door, het liefst voor iedereen. Ook al roept ze van tevoren dat ze blijft breien, stiekem weet ze zelf ook dat dat niet helemaal waar is. Maar tot die tijd geniet ze met volle teugen van haar creatieve momenten.
En Danits zou Danits niet zijn als ze niet iedereen wil laten meedelen in haar vreugde. Zij blij, dan moeten anderen ook blij worden. Er is geen betere eigenschap! Omdat ik vaak deel in haar ‘Uitspattingen van Pure Pret’, mocht ik ook één van haar breisels in ontvangst nemen. Toen ik bij haar op bezoek kwam, hipte ze van pure pret heen en weer. Ze was zo trots op haar product.
Blij nam ik de muts in ontvangst. Een witte, met een enorme paarse gebreide strik. Het voelde een beetje als de bekende bruidsmeisjesjurk, maar toch was ik blij. Want zo’n breiwerk maakt niet iedereen voor je. Mijn hoofd blijft warm dankzij mijn lieve vriendinnetje. En dus draag ik mijn muts met opgeheven hoofd.
En weet je? Hij is stiekem best mooi. Zoals mijn moeder afgelopen weekend verkondigde: “Hij staat juist hartstikke leuk. Jij hebt gewoon een hoedenhoofd, sommige mensen hebben dat. Je zou zelfs een vuilniszak op je hoofd kunnen doen en dan nog zou het staan.”
Inmiddels is de creatieve uitspatting voorbij. Zo ongeveer halverwege het WK en de oranje sjaal met ‘Hup Holland Hup’ die ze aan het breien was.
Bezoekje aan de gyneacoloog wordt middagje cabaret
Gezondheid | Prinsessengedrag
|
21 December 2010 | 20:09:50
Vorige week moest ik naar de gynaecoloog. Ik moest een redelijk lullige behandeling ondergaan, niet belangrijk. Maar aangezien het over het algemeen niet heel plezierig is om naar het ziekenhuis te gaan, bood San geheel belangeloos aan om mee te gaan. Want zeg nou zelf, wie begrijpt die onplezierigheid nu beter dan jouw vriendin?
Nu heb ik mazzel – deze vriendin is knetter. En dan weet je eigenlijk bij voorbaat al dat je bij een bezoekje aan het ziekenhuis een middagje cabaret kunt verwachten. Samen naar Ikea houdt bij ons in dat het niveau snel richting onderbroekenlol gaat. Moet je naar een gynaecoloog gaan - dan kan je er bijna vanuit gaan dat je uit je onderbroek barst van het lachen. Zo ook vorige week.
Terwijl ik op de stoel lig, benen wijd gespreid, klets ik aan één stuk door. Ben nerveus en bij mij uit zich dat in praten - heel veel praten. Alles om de aanwezige heren (arts en zijn assistent) niet naar mijn ‘ welkom-in-ons-midden-regio’ te laten staren. Ook al is het hun werk, mijn ogen zijn mooier. Echt.
Terwijl ik daar lig te kletsen, zie ik de gynaecoloog en zijn studenterige assistentje lachend naar Sandra kijken. Ik weet hoe mijn vriendin werkt, dus ik zeg: "Ze zit zeker te giechelen daar..." Ik hoor haar niet, want het apparaat maakt een behoorlijke herrie. Maar ik zie voor me hoe ze zit te schudden op haar stoeltje. En dat werkt altijd op een ieders lachspieren. De assistent knikt en zegt wat schuchter: "Ja, ze moet wel erg lachen."
Ik stel me voor hoe ze daar zit en moet ook lachen. Dwars door de pijn en bevriezing heen, lach ik zowat de spreider eruit. "Maak me niet aan het lachen! Dan pers ik zo dat ding eruit!" snik ik, terwijl ik krampachtig mijn spieren aanspan.
Pijn! Pijn! Pijn!
Maar dat maakt niet uit - want ik moet lachen. En lachen is gezond. Een spreider niet overigens. Dat heeft mijn gynaecoloog gemerkt toen hij hem eruit trok. Ik schopte hem zowat voor zijn hoofd. Wat weer op San's lachspieren werkte.
De volgende dag mail ik haar: “Wat doe jij de 15e? Zin in een afspraak met mijn gyneacoloog?” Ze zegt gelukkig ja...
Disney en het geluk van een tante
Kinderen | Tante Prinses
|
11 November 2010 | 08:31:11
Afgelopen zondag kwamen Daniel en Anniek op bezoek bij me. Ik ben altijd
heel blij als ik ze zie, dus ik had me extra mooi aangekleed. Kek
jurkje, mooie grijze pantys. Voor hoog bezoek moet je natuurlijk wel een
beetje je best doen. Ik twijfel altijd over mijn hipheid en voel me meestal een ouwe taart bij zoveel jeugdige frisheid, maar zondag bleek
dat ik me voor niets zorgen had gemaakt. Ik was net zo hip als Anniek,
met mijn grijze maillot. Zij zag eruit als een prinses, met haar grijze
(!) jurkje.
Als neef en nicht er zijn, kan ik altijd ongegeneerd mijn Disneyfilms
uit de kast trekken. En aangezien ik wars ben van opvoedtechnieken,
mogen ze er ook rustig twee achter elkaar kijken. En zelf kijk ik met
alle liefde mee. Want Disney past perfect in mijn favorietenlijstje van
sprookjes, prins op witte paard, roze, glitters en bloemetjes. Een
tijdlang had Anniek ook roze, bloemetjes en hartjes op haar
favorietenlijst staan. Wat heet, ik mocht niet zonder jurk of rok de
deur uit, anders was ik niet mooi genoeg.
Maar mijn nichtje is geen klein nichtje meer en weet heel goed wat ze
wil. En de laatste keer dat ik het haar vroeg, was roze niet meer haar
favoriete kleur. Maar we vinden elkaar nog steeds in Disney films en
mooie jurkjes. En dat ook de prinsessen haar niet vreemd zijn, bewees
Anniek zondag maar weer eens.
Ik probeer Vriendje ook in te wijden in het uberroze Disney-bestaan en
hij kiest Oost-Indisch mee. Hij wil best Legally Blonde kijken, maar huppelen in de Efteling gaat hem dan weer net even te ver
(onbegrijpelijk, vind je niet?). Af en toe gooi ik ook een Disney naam
of term door onze conversatie, om hem alvast voor te bereiden op het
spel der spellen: Disney's Trivial Pursuit. Dat nooit iemand met mij wil
spelen. (Onbegrijpelijk, vind je niet?)
Ik vroeg hem dus wie 'Aurora' is. Vriendje nam de moeite niet eens om te
antwoorden (hij is ook niet gek.) Anniek bewees dat zij mijn nichtje
was: "Dat is Doornroosje, tante Marlies." Ik snikte bijna van puur
geluk: normen en waarden mogen papa en mama haar leren, ik ben al blij
met een beetje Disney-kennis.
Ik
sta al maanden uit. Uit ja. Uiterst uit. Uiter dan dit kan gewoon niet.
Wat zeg je? Uiter is geen woord? Kan me niet schelen, het dekt wel de
lading. Ik sta hier gewoon werkloos toe te kijken. Al maanden. En daar
houd ik niet van.
Eigenlijk
ben ik een harde werker. Gepassioneerd volbreng ik elke dag mijn taak
en ik geniet ervan. Echt, je ziet lichtjes in mijn ogen van puur plezier
als ik mijn werk doe. Ik heb namelijk echt het leukste werk van de
wereld: kan mijn talent gebruiken voor mijn werk. Mensen genieten van
mij en mijn talent en zitten graag aan me. Dat vind ik niet erg hoor, ik
vind dat wel lekker. Je zou kunnen zeggen dat ik onmisbaar ben. Ik ben
het centrale punt, mag ik wel zeggen. En dat voelt goed. Het is mijn taak, mijn levensdoel.
Maar
nu? Ik ben zo boos, de stoom komt haast uit mijn oren. Ik ben al
maanden kapot, maar er wordt gewoon niets aan gedaan. 'Zij' merkt het
wel hoor. Dat ik geen warm plekje in mijn hart heb voor haar op dit
moment. Ik doe koel, ben op sommige momenten zelfs kil tegen 'Haar'. Dan
zit ze een beetje te sippen op de bank, met haar kopje thee in dat
enorm lelijke vest van d’r. Maar het kan me niet schelen. Het
interesseert me geen moer.
Volgens
mij heeft ze het gemerkt. Er is actie ondernomen. Tenminste, dat dacht
ik even. Er was een meneer die me onderzocht vanmorgen. Hij ging alleen
ook heel snel weer weg. ‘Haar’ weer achterlatend met dat sippe gezicht.
Ze hing direct aan de telefoon. Zoals altijd. Ik hoorde haar wel iets
zeggen over 'laten maken' en 'veel geld'. Maar ja, dat kan over alles
gaan. Was ik maar weer gemaakt. Ik wil gewoon gas geven en mijn werk
uitvoeren. Dat is mijn taak, mijn levensdoel.
Maar
er lijkt licht aan het einde van de tunnel. De man is terug, hoera! Zou
ze dan toch over de brug komen? Het vest gaat uit en het geld komt
tevoorschijn? Ja hoor, het is bijna niet te geloven. Die man maakt me.
Ik voel de warmte in mijn ledematen en mijn water begint te borrelen.
Prrrrrt, prrrrrrrt, prrrrrrrrrt...
Ach weet je, zo kwaad is ze ook nog niet. Ze betaalde wel 500 euro om me te laten maken. Was ik echt zo ziek? Tjonge... Ik zal haar dit weekend maar eens lekker verwennen... Moet ze me wel aanzetten, anders kan ik het ook niet helpen.
Een paar jaar geleden besloot ik voor Vrouw.nl over vuur te gaan lopen. Samen met Kamal. Die me die hele avond nog altijd kwalijk neemt.
De
voorbereiding van de uiteindelijke vuurloop was een ervaring op zich:
met een pijl in mijn hals moest ik proberen de pijl te breken. Ik kan je
vertellen: dat lukte mij niet. Terwijl zo’n speerpunt in mijn hals
prikt, ga ik echt niet lekker ontspannen er tegen aan leunen.
Bewondering voor de mensen die het wel kunnen. Ook dat vuurlopen bleek
niets voor mij. Blote voeten, hete kolen: nee, dat zag ik mezelf niet
doen. Ik kon alleen maar vol bewondering kijken naar de vrouwen die het
wel deden.
Waar
ik die avond wél heel ontspannen van werd, was de thee. Een of andere
weeïge kruidenthee, maar we vonden hem lékker. Kamal en ik huppelden de
volgende dag direct naar De Tuinen om de thee ook voor onszelf te gaan
kopen. Maar, zoals dat gaat, ik vergat dat ik de thee had.
Vanmorgen
was de thee op mijn werk op, dus nam ik thee mee van thuis. In het
kader van ‘dan raakt die ouwe zooi ook eens op’. Ik zag de thee van de
gedenkwaardige vuurloop-avond en verheugde me er al op. Want wat kon ik
me die avond nog goed herinneren: vanwege de thee. (Speerpunt en hete
kolen heb ik inmiddels verbannen uit mijn geheugen).
Ik
maakte er een feestje van: ik verwarmde eerst mijn handen aan mijn mok.
Genoot vervolgens van de roze kleur (!) van de thee en nam toen mijn
eerste slok. Die ik bijna direct weer uitspuugde. BAH!
Wat was dit voor gore bende? Ik vroeg Kamal: “Dude! Wat is die thee afschuwelijk goor!!! Waarom vonden we dat toen lekker?” Kamal had een antwoord: “Omdat
we in een bos zaten met idioten die over vuur wilde rennen... dan
smaakt alles - wat nog een klein beetje normaal is – lekker.”
Met
de ranzige thee-smaak nog in mijn mond, voelde ik me opeens schuldig
tegenover Vriendje. Ik heb hem namelijk vrolijk deze thee voorgezet een
paar weken geleden. Hij drinkt alles wel. Toen hij me vroeg welke thee
het was, durfde ik amper te antwoorden. “Women’s Energy, liefje. Maar
hij is echt superlekker hoor…”
Hij vond de thee natuurlijk niet lekker. Toen weet ik het aan de naam, nu weet ik dat het aan de thee ligt. Sorry liefje...
Op mijn werk staan er drie fotolijstjes op een kast. Met drie schattige eendenkopjes erin. Van badeenden. En ik houd van badeenden. Wanneer ik
onderweg ben naar het toilet, kom ik ze tegen. Gebroederlijk staan ze naast
elkaar mij fleurig toe te stralen. Ik vind dat leuk, ik word daar heel blij
van.
Maar elke ochtend als ik om zeven uur op mijn werk kom, staan de fotolijstjes scheef. Ze kijken alle kanten op, behalve recht vooruit. Ik heb ze graag recht vooruit, zodat ze me vrolijk goedemorgen kunnen wensen
als ik passeer met hoge nood.
Dat is op zich vrij opmerkelijk, omdat ze van niemand lijken te zijn. Ze
staan 'ergens' op een kast en kijken nooit naar een bureau. Dus niemand heeft die eenzame eenden opgeëist, zo lijkt het. In eerste instantie dacht
ik dat het een matige schoonmaker was: die wel dingen oppakt, maar ze niet
meer terug zet. Dus ging ik hem/ haar maar helpen: door elke ochtend ‘mijn’
eenden recht te zetten. Keurig op een licht neurotisch rijtje: op exact
dezelfde afstand van elkaar.
Zo ook vanmorgen, ik kom binnen, loop langs de eendjes en zie ze schots en scheef staan. Ik zet ze in hun neurotische rijtje terug en ga verder met
mijn dag. Ondertussen stiekem mijn wijze hoofd schudden over die matige
schoonmaker.
Om half elf passeer ik de Blije Badeendjes voor de derde keer en schrik: de eenden in een lijstje staan opnieuw schots en scheef!!! Het was niet de schoonmaker’s
tijd, dus die heb ik vals beschuldigd de afgelopen tijd. Wie oh wie
verschuift toch steeds die eenden? En wat is daar nou de lol van?
*Ik heb braaf de lijstjes weer rechtgezet. Neuroot die ik ben.
Vorig weekend waren mijn neven bij hun Oma. Mijn moeder. Die in Kollum
woont. En dat is handig voor mij, want daardoor kon ik ze ook fijn het
hele weekend knuffelen. Helaas voor mij is Merijn (7) al te groot voor
knuffelen. Ik mag blij zijn met een goedgemikte kus op mijn oor. Maar
eerlijk is eerlijk: de oor-kus is wel gemeend.
We gingen op zaterdag
naar Insectenwereld, hartstikke leuk en spannend met spinnen en slangen.
Daar bewezen de beide mannen dat ze nu echt te groot zijn voor kusjes
en knuffeltjes geven aan tante Marlies.
Groot worden gaat dus snel. Iets sneller dan ik voorzien had. Maar
gelukkig brengt het groter groeien ook met heel veel positieve dingen.
Bijvoorbeeld humor. Waar Merijn een prachtstaaltje van liet zien.
Hij was al licht boefig aan het grijnzen toen ik de kamer binnenkwam. Ik
merkte het direct en keek in zijn grinnikende snoetje. Maar echt
achterhalen wat er precies aan de hand was deed ik niet. Ik had
het vermoeden dat ik er vanzelf wel achter zou komen. Dat klopte: het
duurde niet lang of ik zag mijn moeder met een gele post-it op haar rug
lopen. Toen ik naar Marjolein keek, zag ik Merijn net achter haar rug
wegduiken. Ook zij was ge-post-it. Ik voelde de bui al hangen en had
inderdaad ook een geel blaadje op mijn rug geplakt zitten.
Marjolein giechelde en verklapte dat er op haar blaadje 'jij bent lief'
stond. Snel plukte het papiertje van mijn rug en hoopte dat er ook zo'n
liefdesverklaring op mijn rug zou hangen. Geen kus, dan wel een
liefdesbrief. Helaas niet, maar wel een goed compliment: 'jij bent
grappig'. Fijn, dat die jongen dat nu al weet.
Ook Oma besloot om eens te kijken waarmee zij geplakt was. Merijn is ook
grappig (het zit blijkbaar in de familie...): 'jij bent aut' is de tekst waarmee hij mijn moeder voor de gek
hield.
Ik had misschien wel vuurwerk verwacht. Of een juichende menigte. Misschien had ik mezelf gewoon op een glas champagne moeten trakteren. Zit zelfs een beetje te bibberen op de bank. Maar wat is het nou helemaal? Een handtekeningetje op een briefje van de Kamer van Koophandel. Toch voelt het als een grote stap. Met name omdat ik het zelf heb gedaan. Volwassen worden.
Al ruim vijf jaar werk ik er naar toe: van mijn passie mijn werk maken. Al vijf jaar ben ik keihard aan het schrijven voor verschillende websites, ben ik jurylid bij schrijfwedstrijden en recenseer ik boeken alsof mijn leven er vanaf hangt. Ik heb bij veel mensen de kunst af kunnen kijken en heb mezelf ook veel aangeleerd. Vol overgave sprong ik in het diepe en probeer ik het waar te maken.
Vanavond om 19.16 uur is het officieel gemaakt. Op 20-10-2010 is mijn eigen bedrijfje geboren. In teksten. En alles wat ermee te maken heeft:
Tekstjueel
Voor freelance opdrachten, zoals bijvoorbeeld voor MSN.nl. Ik mag mezelf dus helemaal officieel tekstschrijver noemen. Ik ben blij, trots en een beetje misselijk...
Ik ben een Stadsmeisje. Een echte. Laat je niet misleiden door Sandra die mij een provinciaaltje noemt, want niets is minder waar. Ik onderscheid een huismus niet van een ekster en ik durf niet met zekerheid te zeggen of beukennootjes hoedjes hebben. Of niet. Op zich geen probleem, ik ga er goed bij. Vriendje schudt wel eens zijn wijze hoofd over zoveel domheid, maar ja: hij komt uit een dorp. In Friesland. Waar je dus wél buiten speelt. Ik deed dat niet, ik las boeken vroeger.
Ik huppel vrolijk door het leven en negeer enthousiast mijn gebrek aan kennis over Het Buiten’: ik voel me prima op mijn gemak in de grote stad. Ik wil overigens wel graag over de natuur en Het Buiten leren, dus heb al een verrekijker* naast het bed bij Vriendje staan. Want ze hebben ‘daar ergens in Friesland’ heel veel soorten vogels. Die je wakker maken om vijf uur in de ochtend. Die heb ik niet in de stad. Ik heb papegaaien uit het Vondelpark. En die houden zich aan stadse tijden: een uur of acht.
Samen met Vriendje was ik een paar weken geleden naar ‘buiten’ gegaan. Letterlijk: het park heet ‘Buiten Bergen’. Dat ligt, jawel, net Buiten Bergen. Stomverbaasd, maar blij, loop ik rond door die begin ik dat buiten te waarderen. We boften: het weer wilde mij ook graag laten genieten van die natuur, dus deed zijn uiterste best op de warmte.
Het was zelfs zo warm, dat we besloten om buiten te gaan ontbijten. Beter kon niet: Vriendje aan mijn zij, Natuur eromheen, Lekker Broodje Kaas: de waardering voor Het Buiten werd steeds groter. Ik peuzelde mijn broodje open ging toen naar binnen. Toen Vriendje en ik vijf minuten later buiten kwamen, was de kaas half weg gevreten. Opnieuw stomverbaasd, maar minder enthousiast, keek ik naar het stukje kaas. “Hoe kan dat nou?
Vriendje moest bekennen dat ondanks al zijn buiten-kennis, hij even vergeten was dat kraaien kaas eten. En het lekker vinden...
Gister was de boekpresentatie van het boek 'Kilo's geluk' van Deborah Heilig-Boogert. Voor haar een speciale dag, maar ook een heel klein beetje voor mij: ik heb namelijk de eindredactie over het boek gedaan. Toen ik bij de presentatie aankwam biechtte een licht nerveuze Deborah mij op dat ze maar heel kort zou praten: "Want daarom schrijf ik. Dan hoef je niet zo in de belangstelling te staan."
Ik kon dit alleen maar beamen: ook ik schrijf omdat ik het eng vind om voor publiek te staan. Mijn broers hebben het gen '(s)Preken voor een groot publiek' gekregen. Ik niet.
Bijzonder trots was ik op Deborah en haar boek: het is superleuk om te lezen, ook al ben je (nog) geen papa of mama. Hilarische en ontroerende momenten wisselen elkaar af. Ik bekeek de presentatie van een afstand en kon alleen maar glimlachen: wat een mooi moment voor zoveel werk van deze gelukkige, schrijvende, moeder. Alle lof was zeer verdiend.
De glimlach werd nog breder toen ook mijn naam werd genoemd: bedankt Marlies. Fijn om zo even in het zonnetje gezet te worden. Tot ik naar voren werd geroepen. Dat was niet helemaal mijn bedoeling. Ik kreeg een prachtige bos bloemen en een exemplaar van het boek. Maar, bewijs van mijn ontbrekende gen, ik stond een half uur later nog te trillen op mijn benen. Ik ben echt niet zo goed voor publiek. De mooie, enorme, bos bloemen hield me gelukkig op de been.
Deborah, heel veel succes met je boek! En jij hebt het daar vooraan gelukkig beter gedaan dan ik. :) Hulde!
Ik ben dol op lekkere wasmiddeltjes en verzachters. Bijvoorbeeld de
wasverzachter van Robijn, die ruikt werkelijk goddelijk. Ik heb Kamal
inmiddels ook al zo ver om die te gebruiken. Enige nadeel: die is vrij
prijzig. En hoe leuk ik beren ook vind: als mijn portemonnee niet
meewerkt, kies ik als nuchtere Hollandse voor een ander wasmiddel. Dus
een week of zes geleden was ik in de Kruidvat en zag ik een grote fles
wasmiddel van Silan voor maar drie euro. En wat nog beter was: ik smolt
bij het heerlijke geurtje toen ik de dop eraf draaide. Dit was bijna net
zo goed als Robijn. Hoera!
Blij met mijn economische aankoop liep ik naar huis en begon mijn
kleding te wassen. Maar was na was: mijn kleding en handdoeken roken
nooit zo lekker. Eigenlijk helemaal niet. En werd alles nou wel schoon?
Ik kwam er maar niet achter. Ik pakte de fles er regelmatig bij: 'is dit
nou wel wasmiddel?' Maar er stond gewoon niets op. Dus stopte ik maar
weer een wasje in de machine. Want tsja, het zal dan wel wasmiddel zijn,
nietwaar?
Tot vanmiddag. Ik was bij de Knaakland en zag opnieuw zo'n enorme fles
Silan. Voor maar drie euro. Ik opende de dop, weer die heerlijke geur.
Ik bekeek de fles van voor naar achter: maar ik zag nergens wat het nou
precies was. Ik besloot me van de domme te houden en liep naar de
verkoopster: "Pardon, kunt u mij vertellen of dit wasmiddel is?"
De verkoopster keek me lachend aan: "Nee, dat is geen wasmiddel."
Ik was nog niet helemaal tevreden: "Wat is dit dan?"
De verkoopster schudde nog net niet haar wijze hoofd om zoveel domheid en zei: "Wasverzachter."
Toen ik thuiskwam bekeek ik de fles opnieuw. Het stond er gewoon op: 'Geconcentreerde wasverzachter'.
Oh. Vandaar dat mijn kleding er wat smoezelig uitzag de afgelopen weken. Ahum.
Samen met Vriendje naar een huisje in Bergen: samen aan zee, romantiek ten top. Maar eerst tijd om boodschappen te doen. In Schoorl.
Vriendje blijkt er al eens te zijn geweest en kent de weg. Bijna automatisch rijdt hij op de grote parkeerplaats af dichtbij het winkelcentrum. Als we er bijna zijn, zegt hij: "Als je dan zo links kijkt, heb je de klimduin van Schoorl."
Ik kijk hem vragend aan: "De wattuh?", want hij brengt het namelijk alsof iedereen daar vanaf weet. Zijn reactie sluit daar volledig op aan: "Dat weet je toch wel? Die grote duin? Daar ging je vroeger met school heen, op schoolreis enzo. Daar rolde je dan vanaf." Nog steeds keek ik hem aan: "Ik niet. Ik ging naar een kaasmakerij en Duinrell. Dat soort dingen deed ik toen."
We zaten duidelijk even niet op dezelfde golflengte. Ondertussen was er voor mij nog steeds het raadsel van die enorme duin. Wat was er zo bijzonder aan? Hij ging namelijk bijna uit zijn dak van enthousiasme, dus het mocht wel wat zijn. Gretig en inmiddels licht ongeduldig vroeg ik: "Maar wat is er zo bijzonder aan dan?"
Vriendje wist het ook niet helemaal: "Nou, gewoon. Een heleboel zand."
Voor het eerst in bijna elf maanden 'vukering' hebben Vriendje en ik
samen vrij. Een hele week lang. Dus we hebben lekker gekneuterd in huis,
terwijl hij lekker kookte voor mij. Daarna was het tijd voor bankhangen
bij Kamal, terwijl we onder het genot van witte wijntjes, de laatste
roddels uitwisselden. Vervolgens een kinderfeestje, vroeg op bed en een
bezoekje aan de braderie. Inmiddels was het zondag en toen bedacht ik
dat we alleen maar meisjes-dingen aan het doen waren. Ik riep: "We
moeten mannen-dingen doen! Dit is zielig voor jou!"
Vriendje protesteerde: "Ik vind het fijn om bij jou te zijn, we doen
leuke dingen!", maar ik was niet meer te houden. Ik nam hem mee naar de
dvd-o-theek en onder het motto 'Chips en Bier!' liet ik hem de films
uitzoeken. Ik droeg keurige hakjes, een zwart jurkje en kekke make up,
maar ik besloot dat het tijd was voor een Mannen Middag. Een echte. Dus
veel geweld, bloed, engs, bier en chips.
Toen we thuiskwamen dook ik de badkamer in en haalde mijn make up
eraf. Een shirt met doodshoofd en trainingsbroek bracht mij niet genoeg mannelijks,
maar de rol sokken en de opgetekende baard en snor daarentegen wél. Met
een peuk hangend in mijn mond en pulkend aan mijn sokken-piemel kwam ik
de kamer binnen. "Tijd voor Chips en Bier, gast!" Ik trok mijn blikje
bier open en zakte onderuit op de bank. Ik geneerde me niet en haalde
luidruchtig mijn neus op en boerde alsof het een lieve lust was. Ik liet
nog net niet een enorme scheet.
Vriendje schudde zijn hoofd: "Liefje, dit doen mannen niet. Dit is
Tokkie-gedrag." Ik grinnikte jongensachtig en dacht bij mezelf:
"Tokkie-gedrag of niet, soms is het best leuk om man te zijn."
Rhodos staat, volgens mijn lieftallige reisgenote, bekend om zijn
winderige karakter. Het is een eiland, dus het spreekt bijna
voor zich dat het waait. Het gevolg van wind, is dat er golven zijn. En
dat leidde bij Marjolein en mij tot de behoefte om deze golven eens aan
een onderzoek te onderwerpen. Dagelijks lagen we bijna drie uur in de
zee, om de golven te ervaren. Een ingewikkeld onderzoek, met soms gevaar
voor eigen leven.
Een middag waaide het extreem hard. Voor ons geen probleem: zonnebrand
op ons lijf en zwemmen maar. De golven waren wel wat heftiger dan
normaal, maar dat gaf niets. Er was zon en we werden bruin. Totdat er op
een gegeven moment een golf kwam. Nee, een Golf. Hij was bijna drie
meter hoog en met een onheilspellende kleur blauw kwam hij op ons af.
Ik fluisterde: "Oh god, oh god, oh god...", steeds harder zei ik het.
Marjolein stond een paar meter achter mij en ik draaide me om in pure
paniek. Ook op haar gezicht zag ik iets dat als bijna-angst omschreven
zou kunnen worden. Ik draaide me om en wilde wegrennen. Ergens in mijn
'lichte' paniek kon ik nadenken en realiseerde ik mij dat je helemaal
niet weg moest rennen voor een golf. Ik draaide me weer om en brulde
over mijn schouder naar Drs. Marjolein van Ommen, politicologe: "SPRINGEN!" Ik rende de golf in en
sprong! Het was bijna alsof ik vloog.
Het duurde maar enkele seconden, maar na afloop van de golf, stonden we te trillen op onze benen. De golven waren weer
rustiger geworden. Toen de schrik was weggezakt, werden we stoer. "Wow!
Dit was te gek. We willen nog zo'n golf!" Gillend van puur piezelier om
ons onze eigen stoerheid hoopten we dat er nog zo'n golf zou komen. Wat
heet: alleen nog maar van dat soort golven.
Zoals dat altijd gaat: de Ultieme Golf kwam niet meer. Maar we ontdekten dat er nog zeker vier andere soorten golven zijn:
De Springers: de Ultieme Golf in mini-vorm. Goed springen, anders verzuip je.
De Jumpers: rustige golven, waar je vakantie in kunt vieren. Je zet licht af en laat je lekker meevoeren.
De Duiveltjes: dit zijn petietepeuterige golfjes die omklappen vlak voor
je gezicht, zodat je een lading zeewater in je gezicht krijgt. Gemene
monsters zijn het.
De Golven van Zon Afhankelijk: deze golven zijn bizar. Als de zon
schijnt, rollen ze bedaard richting de kust. Maar wanneer onverwachts de
zon achter de wolken kruipt, worden deze golven warrig, chaotisch en
onvoorspelbaar. En wanneer de zon verschijnt, worden de golven van het
een op het andere moment weer fijne Jumpers.
De golven zijn niet voor een ieder hetzelfde: wat je treft is
afhankelijk van tijd, locatie en mens-lengte. Wat voor mij Jumpers
waren, bleken bij Marjolein overduidelijk Springers en andersom.
Na vier dagen intensief onderzoek, ging de wind liggen. Er kwam abrupt
een eind aan ons wetenschappelijk onderzoek. We hebben besloten dat we
het onderzoek volgend jaar voortzetten. We zouden nog wel eens tot
interessante onderzoeksresultaten kunnen komen.
Samen met Marjolein was ik afgelopen week op het heerlijke Rhodos. Niet te veel doen, daar ga ik goed bij. Lein en ik vinden elkaar in het nietsen, zwemmen en zonnen. Het bruin vloog er dan ook op. We kunnen heerlijk kletsen en alles tegen elkaar zeggen. Letterlijk alles. En dat is niet altijd even aardig.
Terwijl Marjolein vrolijk aan het bellen blazen was op het strand, maakte ik een foto van haar. Ik heb direct de foto op de laptop gezet om hem aan haar te laten zien. Gelukkig ben ik niet vies van een beetje eigenliefde, dus riep ik maar steeds: "Wat een mooie foto. Je staat er echt mooi op! En die kleuren komen ook zo mooi uit. Wauw. Wat heb ik dat toch ongelooflijk goed, geweldig en mooi gedaan." Allemaal complimenten voor Lein, maar ook de foto. Ik maakte het alleen direct een beetje minder aardig: "Ja, in het echt zag het er niet zo mooi uit hoor."
... dus.
Maar mocht je denken dat ik de onaardigste ben van ons twee, dan heb je het mis. Die lieve en schattige Lein kan ook keihard uit de hoek komen. En ik had natuurlijk nog iets te goed...
Naarmate mijn bruine kleur dieper werd, werd mijn eigenliefde nog een beetje groter. Ik had een mooie witte jurk aan, blonder dan ooit en had een mooie haarband met glitters, ketting met glitters en make up met glitters. Ik keek in de spiegel en was content met het resultaat. Ik deelde deze tevredenheid met Marjolein: "Ik ben net een Griekse Godin, vind je niet? Met die haarband en die jurk?" Marjolein keek me aan en sprak zonder te verblikken of verblozen: "Ik vind je net een kerstboom."
Au.
Gelukkig vinden we elkaar nog steeds heel lief. En schattig.
Op vakantie gaan heeft altijd enige voeten in aarde. Niet alleen wil ik het hele huis schoon hebben als ik wegga, de koffers moeten worden ingepakt en de laatste stukken moeten geschreven zijn. Dit jaar was Vriendje voor het eerst getuige van mijn vakantie-stress. Toen hij zag dat ik in tijdsnood kwam zei hij lief: "Anders ruim je toch niet op? Dan doe ik dat toch voor je?" Maar dat is natuurlijk mijn eer te na.
Ook de koffers waren een speciaal verhaal. Marjolein, mijn partner-in-zonne-crime, leent voor onze avonturen altijd de koffer van mijn moeder. Maar aangezien moeder in Kollum woont en Lein in Honselersdijk, vergt dat altijd enige organisatie. Geen punt voor mij. Ik rij naar Kollum, haal de koffer op, rij naar Honselersdijk en lever de koffer af. Doen wij niet moeilijk over.
Dus zo gezegd, zo gedaan. Ik reed met Vriendje naar mijn moeder en hij beklom het wankele trapje naar de zolder. Mijn moeder had de twee koffers al keurig klaargezet, dus het was nog makkelijk ook. "Allebei de koffers, liefje", riep ik - al bijna in de vakantiestemming - naar boven. Hij geeft me de twee koffers aan en klimt weer naar beneden. Ik was even vergeten dat hij dit voor het eerst deed. Dat hij dus geen idee had van de jaarlijkse kofferdeal tussen Moeders en Lein. Dus hij zuchtte wat. Hij keek wat. Maar ik had niets door. Dus besloot hij om het maar gewoon te zeggen: "Heb jij nou echt twee (!) koffers nodig voor acht dagen vakantie? Hoe moet dat dan als we wat langer willen gaan reizen?"
Ik, boef die ik ben: "Oh, maar dan mag jij ze dragen." Ik zag Vriendje gelaten knikken en brommen: "Ja, dat dacht ik wel." Terwijl ik een tirade had verwacht, kwam er niets meer. Hij had zich bij het verhaal neergelegd. Ik begon het zielig te vinden en zei: "Lief, die ene is voor Lein hoor. Die breng ik daar naar toe."
Ik zag hem opgelucht ademhalen: "Oh, ik dacht al..."
---> Helaas heb ik vanwege tijdsgebrek niet meer kunnen stofzuigen en dweilen. Daarin stel ik hem nu vast teleur...
Over het algemeen ben ik geen held. Simpelweg omdat ik gewoon niet in die situaties kom waar ik een held zou moeten zijn. Tot gisteravond.
Ik ging voor een seminar naar de Kamer van Koophandel. Ik was wat laat, dus liep lekker door. Vlak voor het kantoor van de KvK, hoorde ik geroep achter mij: "Blijf staan, lul! Je bent erbij!"
Ik keek snel achterom, ben misschien geen held - maar wel rete-nieuwsgierig. Ik zag een jongen heel hard rennen en er renden en fietsten allerlei mensen achteraan. De jongen kwam snel dichterbij en ik wist op dat moment niet wat ik moest doen. Ik dacht bij mezelf: de jongen wordt al achterna gezeten, dan hoef ik me er niet mee te bemoeien. Mij kennende gaat dat vast mis.
Ik deed dus een stapje opzij.
De jongen kon verder en hij rende fluks door. Op dat moment voelde ik me schuldig. Want ondertussen waren er nog steeds allerlei mensen die achter hem aanzaten en er niet uitzagen of ze heel fit waren. En de rennende man achter hem bleef maar roepen: "Ik heb je foto, lul. Je bent erbij!" Toen de roepende man (...) mij passeerde zei ik zachtjes: "Sorry," want ik vond toch dat ik iets had moeten doen. Pootje haken ofzo. (Want dat kan ik ook zo goed...humhum)
Gelukkig waren de goden mij gunstig gezind en mocht ik mij alsnog van mijn goede kant laten zien. Een van de fietsers had een hond aan de lijn die maar mee rende. Maar ja, echt snel kon hij niet gaan. Hij fietste op mij af en riep: "Wil je op mijn hond passen?" Ik, blij dat ik iets kon doen, vergat voor het gemak dat ik honden een beetje eng vind en pakte braaf de hond over.
Ik deed dus toch iets goeds. De jongen is gepakt (voor doorrijden nadat hij een vrouw had aangereden met zijn scooter en was gevlucht. Je vraagt je dan toch af waarom hij zijn scooter niet pakte voor zijn vlucht...) en de hond heeft niets overgehouden aan zijn korte verblijf bij mij.
Vorige
week liep ik naar kantoor en lette niet echt op de weg. Wat heet: ik
las een boek tijdens het lopen. Dat kan, omdat ik daar meestal rond half
zeven in de ochtend loop en er dan niet zoveel verkeer op de weg is.
Omdat ik niet echt in de meest frisse en schone buurt van onze hoofdstad
werk, let ik altijd wel goed op wat ik tegenkom op straat.
Opeens
zag ik een veer voor mijn voeten liggen. Het leek alsof hij er opeens
was. Een grote, witte veer. Nu heb ik mijzelf een tijdje (voor werk?) in
de wereld van beschermengelen, hekserij en zweverij begeven en er
rinkelde direct een belletje. Een denkbeeldige, geen beschermbelletje.
Wat was er ook alweer met een witte veer? Hoe zou ik daar nou achter
kunnen komen?
Eén van mijn lieve vriendinnetjes, Claudia,
heb ik ontmoet bij de verlichte werkgever. Zij zou het vast wel weten.
Want tsja, na jaren gezweef is het soms moeilijk om de aarde terug te
vinden. Ik stuurde haar een sms: “Wat houdt dat ook alweer in als je een
witte veer vindt?” Claudia, de nuchterheid zelve, kreeg toen al jeuk
van de zweverij en gelukkig stelde ze me ook dit keer niet teleur. Ik
ontving een sms terug: “Volgens mij betekent het gewoon dat een vogel in
de rui is.”
Maar
toch was mijn nieuwsgierigheid aangewakkerd. Hoe zat dat nou met die
witte veer? Ik weet namelijk dat we het er toen regelmatig over hadden.
Ik google en vond.
--->
Het gebruik van veren is het meest bekend van de indianen. In hun
optiek heeft alles op aarde een ziel. Of het nu om stenen, grond, bomen,
dieren of mensen gaat, elk heeft een eigen persoonlijkheid. Het geeft
hun verbondenheid met de natuur aan en zij geloven dat de lessen van het
leven zijn hierin zijn af te lezen.
Daar
vogels in de lucht leven worden ze gezien als de verbintenis tussen
hemel en aarde en als boodschapper tussen deze twee werelden.’
‘De
betekenis van een veer kun je ontdekken door de vogel die de veer heeft
geschonken te bestuderen. Zijn levenswijze en karakteristieken
vertellen je zijn boodschap.
Als
je een veer vind is het interessant om stil te staan bij het moment;
waarom vind je juist nu, op deze plek die veer? Welke boodschap kun je
er in vinden?’
Als
u het veertje eenmaal hebt gevonden dat deze spirituele deur voor u
heeft geopend, draag het dan altijd bij u om u eraan te herinneren dat u
een nieuwe weg bent ingeslagen.’
Ik
mailde Claudia dit verhaal met de begeleidende tekst: ---> Ja kijk,
ik heb de enorme veer dus gewoon laten liggen. Hij was echt huge. En
daarbij: het is toch niet zo fris om een veer van de straat te pakken???
De goddelijke en geweldige* Claudia bewees maar weer eens waarom ik haar zo ongelooflijk leuk en grappig vind:
“Whahahaha,
zie het al helemaal voor me. Pocahontas-Marlies, die overal een ranzige
vette (echt A'dams van de mayonaise) mee naartoe sleept door 'm met een
bandje om je hoofd te binden. Zie je al helemaal bloedserieus uit het
raam van de tram staren terwijl mensen je aanstaren. Tas op schoot, veer
in de lucht.”
Om ons luxe uitje compleet te maken, gingen mijn moeder en ik nog een beetje toeren met de auto. Assen ligt midden in het prachtige Drenthe, dus mooie natuur en lekker veel groen. Helaas was er weinig van te zien, want het stroomde van de regen. We reden naar Veenhuizen, een gevangenisdorp. Nou ja, netjes gezegd: een historisch detentiedorp.
Ik had een folder over dit dorp in het hotel zien liggen en het leek mij wel leuk om eens een kijkje te nemen. Waar ik stiekem een soort mini-dorpsmuseum had verwacht, werd ik in realiteit geconfronteerd met iets totaal anders. Gevangenis volgde op gevangenis, van historische monumenten tot gevangenissen die tot op de dag van vandaag nog worden gebruikt.
We kochten een kaartje voor de gevangenisbus (de boevenbus! Ik voelde me verbazingwekkend genoeg op mijn gemak) en hobbelden over de klinkers van Veenhuizen langs alle historische gebouwen. Terwijl mijn moeder aandachtig luisterde, las ik in het boekje over het museum en het dorp. Ik zal jullie even een klein stukje meenemen in de geschiedenis van 'Hollands Siberie', zoals Veenhuizen vroeger ook wel genoemd werd.
Rond 1825 werden duizenden bedelaars, landlopers, weduwen en wezen uit de grote steden naar dit “Hollands Siberië” verbannen. Ze woonden in drie grote dwanggestichten, die waren gebouwd door de Maatschappij van Weldadigheid. Het was de bedoeling dat met arbeid en discipline arme mensen, al dan niet vrijwillig, leerden een nieuw bestaan op te bouwen. Later werden de gestichten overgenomen door de overheid en maakten ze er gevangenissen van.
Veenhuizen is pas sinds 1984 vrij toegankelijk. Daarvoor mochten –naast de gevangenen- alleen het gevangenispersoneel en hun gezin het dorp in. Wie met pensioen ging of een baan buiten Veenhuizen vond, moest verhuizen.
Mijn mond viel open van verbazing. Driftig tikte ik mijn moeder aan. Ik siste: "Kijk nou! Dit is toch te raar voor woorden! Als er dan mensen op bezoek wilden komen bij familie die niet in de gevangenis zat, moest er gewoon toestemming worden gevraagd. En dat in deze tijd!" Want in 1984 was ik al vijf jaar en ik help mezelf graag geloven dat dat nog niet zo lang geleden is.
Mijn moeder sprak even later met iemand die vroeger in Veenhuizen had gewoond en gewerkt en die wist haar te vertellen dat gevangenen en 'normale mensen' niet echt van elkaar te onderscheiden waren. We grapten tegen elkaar: "Veenhuizen was eigenlijk een grote gevangenis." Wij bedoelden het als grapje, maar we ontdekten tijdens ons bezoek aan dit toch wat maffe dorp dat het eigenlijk wel zo was.
Na de bustoer liepen we door het museum en besloten we de dag met een rondleiding door een echte gevangenis. Wat we te zien kregen waren aftandse cellen en een dwangbuis uit de prehistorie. Ik was onder de indruk dat mensen ooit zo geleefd hadden. Ik werd opnieuw verbaasd toen ik ook hier weer een bizar feitje te horen kreeg: de gevangenis werd in 2008 nog steeds gebruikt. Ik slikte: zo kun je mensen toch niet laten leven? Mijn moeder, normaal zo stoer, kreeg toch wat last van claustrofobie: toen we even 'gelucht' werden op het ienieminie buitenplaatsje, bleef ze braaf naast de gids staan. Met het excuus dat ze hem anders niet goed hoorde, maar ik wist wel beter.
Rond kwart over vier waren we er wel klaar mee. Het was tijd om de auto weer op te zoeken. Onderweg naar de parkeerplaats kwamen we langs een huis dat gewoon werd bewoond. Er stond zelfs een ooievaar naast de deur: er was een nieuwe baby geboren. Ik riep: "Kijk, hier wonen gewoon nog echt mensen." Terwijl we de ooievaar voorbij liepen, voegde mijn moeder er schalks aan toe: "En er is hier een nieuw crimineeltje geboren..."
We liepen maar snel door, bang dat iemand ons had gehoord en ons misschien zou willen opsluiten. Proestend stapten we de auto in.