Soms heb je van die momenten dat je denkt: wáárom toch? Ik had ook zo'n moment. Ik was lekker naar jazz ballet geweest, even het luie zweet eruit zweten. Omdat het behoorlijk dichtbij is ga ik er lekker op de fiets heen. Mijn prachtdiva. Nu moet ik erg wennen aan die wintertijd, met name aan de duisternis die daarmee komt.
Ik had dapper meebewogen op de muziek (ik wil het nog maar even geen dansen noemen) en wilde graag snel naar huis. Maar mijn slot wilde niet open. Danits was al weg, dus die kon ik niet om hulp vragen. Ik morde en poerde, maar het slot wilde echt niet open. Ik vroeg het één van mijn mede jazzcursisten, maar ook zij kreeg mijn slot niet los. Daar stond ik dan, in mijn eentje, met een fiets waarop ik niet naar huis zou kunnen.
Maar ik gaf de moed nog niet op en begon weer van voren af aan te morren en te poeren. Gelukkig kwam er toen een jongeheer langs. Ik knipperde met mijn blauwe ogen (heb ze tenslotte niet voor niets) en vroeg op mijn liefst of hij me wilde helpen. Gelukkig wilde hij dat wel.
En het wonder geschiedde...de fiets ging nog steeds niet open. Héb je een sterke man, werkt het nog niet. Ik gaf zo langzamerhand de moed op. Hij ook. Ik besloot om naar huis te lopen, zonder fiets. Ik had zes meter gelopen, maar ik draaide me nog eens om en keek naar mijn fiets. Ik besloot om eerst maar te proberen om de fiets mee naar huis te nemen. Niet dat ik nu zo hoog opgeef van mijn krachten, maar die fiets kon ik toch ook niet alleen laten staan.
Ik liep terug en keek naar de fiets. De fiets waar ik net zeker een kwartier aan had lopen morren en poeren. Deze fiets was niet mijn fiets.
Direct kwam het besef: ik had gewoon een andere fiets voor mijn fiets aangezien in de duisternis. Wel raar, want deze was bij lange na geen Batavus Diva. Ik draaide me om en heb even gewacht tot de hulp-jongeheer om de hoek verdwenen was (ik wilde niet dat hij mijn blunder zou zien) en ben toen blij, maar met het schaamrood op mijn kaken, naar huis gereden. |