Voordat ik mijn huis kocht, woonde ik samen met Simone. Monatoetje, Moon (kan alleen in oerbrul), Mona, Moonie, Moontje...nou ja, jullie begrijpen me wel. Toen we samenwoonden hadden we dikke pret. Gingen regelmatig uit, maar bleven ook erg graag thuis en lieten elkaar alle muziek die we ozo mooi vinden horen. Wij waren regelrechte rampen voor de buren, als ik de buuv moest geloven die op een avond toen Moon met haar schoolvrienden bij ons thuis de boel op stelten zette. Zij heeft lef als geen ander, toen ik giechelend in de gang om het hoekje stond, stond zij de buuv te woord. En sloeg de deur dicht toen buuv zei dat wij altijd feestjes vieren.
Nu waren wij ervan overtuigd dat niet zo was. Wij hebben één keer een spetterend feest gegeven (zo spetterend dat bepaalde heren het nodig vonden om onze tuin onder te spetteren...), maar dat is de enige keer geweest. Heus. Nou ja, en nu dan de schoolvriendjes...maar verder écht niet.
Netjes en verstandig als ik ben, ben ik de volgende dag (met Moon in mijn kielzog) bij alle buren aan gaan bellen. Ik voelde me toch wat schuldig en wilde excuses aanbieden voor de herrie. Alle buren waren thuis en iedereen die ik sprak had nergens last van gehad. 'Ja, we hebben wel wat gehoord, maar nee, wij zijn niet bij jou aan de deur geweest. Het kan toch gebeuren?'
Gisteravond realiseerde ik me dat wij wél feestjes gaven. Voor onszelf. Met vijf flessen wijn en ál die cd's die we dan de volgende ochtend door het hele huis terugvonden. En de muziek stond niet op volume drie, die stond op dertig. En dan had je ons, lallend en proberen mee te zingen. Ik geloof niet dat ik tijdens die nachten iets van mijn vijf jaar zangles heb laten horen, maar de katten uit de buurt waren wel blij met ons.
Nu denk je vast dat we dit soort dingen niet meer doen. Dat we volwassen zijn geworden en niet meer tegen drank kunnen. En ons realiseren dat wij niet de enige mensen op aarde zijn na twaalf uur s'nachts. Ja, dat denk je he? Ik dacht dat ook.

Simone kwam gisteravond bij mij en al gauw moest de tweede fles wijn open. Maar mijn kurkentrekker wilde niet. De hakkenbarkurkentrekker wilde ook niet mee werken. Ik wilde al een andere fles gaan pakken, maar Moon wilde niet van opgeven weten. Zij liep naar boven, naar mijn bovenbuurman. Ik protesteerde nog, want ik had eerder die avond hem al gestoord om een touw en blok die hij niet had. Moon trekt zich nergens iets van aan en leende zijn kurkentrekker. Die arme jongen wist niet wat hem overkwam, ik zie hem nooit en nu viel ik hem gewoon lastig, met al die wijn. Daar stonden alle drie, in de deuropening, en Moon maar trekken, ik met angst en beven omdat ze de trekker bijna stuk maakte en bovenbuurman wilde graag helpen... Maar de fles ging open. De avond kon op goede manier worden voorgezet.
Gelukkig houden we dit soort avonden erin. En zoals Simone vannacht aan haar liefje vertelde dat ik zo'n goede vriend (vriend ja, géén vriendin!) was. Ze vertelde hem: "jij bent Marlies en ik ben Simone". En ik denk dat de uitleg van deze briljante uitspraak te vinden is in één van de flessen.

|